Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-12-09
ECLI:NL:GHAMS:2024:3688
Strafrecht
Hoger beroep
2,670 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000501-24
datum uitspraak: 9 december 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-274118-23 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 17 oktober 2023 te De Kwakel, gemeente Uithoorn, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten drie geïmproviseerde explosieve constructies (I.E.D.), zijnde een of meer voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;
2.hij op of omstreeks 17 oktober 2023 te De Kwakel, gemeente Uithoorn, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, 10 stuks, althans één of meer stuks nitraatbommen, in elk geval professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewezenverklaring en de op te leggen straf tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht verdachte integraal vrij te spreken van hetgeen aan hem onder 1 ten laste is gelegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de onder de verdachte aangetroffen explosieven waren bestemd voor het treffen van personen of goederen door vuur of door middel van ontploffing.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2023 blijkt dat de verbalisanten in de keuken van de woning van de verdachte in een rugtas een object aangesloten op een elektriciteitsdraad en een losse accu hebben aangetroffen. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij wel wist dat hij een geïmproviseerde explosieve constructie (hierna: I.E.D.) in huis had, maar dat hij niet wist waar de I.E.D. precies lag. Door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (hierna: EODD) is een monster afgenomen van de stof die opgesloten zat in de cilinder van het object en aangeboden aan het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI). Het NFI heeft geconcludeerd dat hen geen andere toepassingen bekend zijn van een dergelijk mengsel anders dan als pyrotechnisch mengsel. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte een I.E.D. voorhanden heeft gehad.
Partiële vrijspraak
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2023 blijkt dat de verbalisant in de woning van de verdachte op een tafel twee kleine zwartkleurige voorwerpen heeft aangetroffen. Het IED-team van de EODD heeft ter plaatse onderzoek gedaan, er zijn geen monsters afgenomen ten behoeve van onderzoek door het NFI. Naar het oordeel van het hof kan op grond van het dossier niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat de twee op de tafel aangetroffen voorwerpen I.E.D.’s waren, zodat de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
Nu de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering:
de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 25 november 2024;
het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 18 oktober 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (digitale pagina’s 20 tot en met 23);
het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 19 oktober 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (digitale pagina’s 33 tot en met 43).
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 17 oktober 2023 te De Kwakel, gemeente Uithoorn, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een geïmproviseerde explosieve constructies (I.E.D.), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;
2.hij op 17 oktober 2023 te De Kwakel, gemeente Uithoorn, opzettelijk, 10 stuks nitraatbommen, in elk geval professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis indien niet naar behoren verricht en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof primair verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn beperkte draagkracht en de verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete. De raadsman heeft subsidiair verzocht om ermee rekening te houden dat de explosieven niet tot ontploffing zijn gekomen en de verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 40 uren met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. M.L.M. van der Voet en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 december 2024.
Mrs. Van der Voet en Van Es zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2023 (digitale pagina 31).
Het proces-verbaal ter terechtzitting van 27 februari 2024 (pagina 2).
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2023 (digitale pagina 31).
Het proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2024 (ongenummerd).