Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-10-29
ECLI:NL:GHAMS:2024:3025
Strafrecht
Raadkamer
1,287 tokens
Inleiding
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000467-24 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13-082510-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 25 april 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. M.L. van Gaalen,
Pieter Braaijweg 85, 1114 AJ Amsterdam-Duivendrecht.
Procesverloop
Het hoger beroep is op 30 april 2024 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Op 13 augustus 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 15 oktober 2024 de advocaat-generaal en mr. S van den Berg, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, te dezen waarnemend voor mr. M.L. van Gaalen, ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.
2Inhoud van het verzoek
Het verzoek - zoals onder c aangevuld in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.960,20;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.
Beoordeling
Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Anders dan de advocaat-generaal oordeelt het hof dat er, ook als de grond voor seponering in aanmerking wordt genomen, gronden van billijkheid zijn om de gevraagde vergoeding toe te kennen. Het hof stelt vast dat in deze zaak het vermoeden van schuld van verzoekster stellig wordt weersproken. Dit zou nader onderzoek vergen, waarvoor in deze procedure geen plaats is.
Het hof stelt overigens voorop dat in dit verband in beginsel niet ter zake doet of de advocaatkosten er (mede) toe hebben geleid dat de zaak is geseponeerd en evenmin of de verzoeker gebruik heeft gemaakt van een eventuele mogelijkheid om te klagen over de grond voor seponering.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 1.960,20
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.
Het hof zal de beschikking waarvan beroep derhalve vernietigen en opnieuw recht doen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan appellant een vergoeding toe van € 2.980,20 (tweeduizend negenhonderdtachtig euro en twintig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 29 oktober 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 2.980,20 (tweeduizend negenhonderdtachtig euro en twintig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Coumans & Van Gaalen Strafrechtadvocaten o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 29 oktober 2024,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.