Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-08-09
ECLI:NL:GHAMS:2024:2230
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,186 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.318.402/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 9 augustus 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] B.V.,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs, beiden kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda.
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 april 2023, 14 april 2023, 16 juni 2023, 11 januari 2024, en de beslissing van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 9 juli 2024 in deze zaak in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings B.V. (hierna: Ergo Buildings) over de periode vanaf 1 januari 2018, mr. R.G. Roeffen (hierna ook: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Ergo Buildings en bepaalde onmiddellijke voorzieningen getroffen. Bij beschikking van 16 juni 2023 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij beschikking van 11 januari 2024 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogd tot € 40.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet in begrepen.
1.3
Bij beslissing van 9 juli 2024 heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer het verzoek van [A] om haar te machtigen om mededelingen te doen uit het conceptverslag van het onderzoek afgewezen.
1.4
Bij brief van 10 juli 2024 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 9.500 (exclusief btw). De onderzoeker heeft toegelicht dat hij in zijn conceptverslag heeft vermeld dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de factuurmappen van Ergo Buildings en dat (de advocaat van) [A] hem – naar aanleiding van het conceptverslag – heeft verzocht dat alsnog te doen. Daarbij heeft de advocaat van [A] de onderzoeker laten weten dat [A] zal instaan voor de kosten voor dit aanvullend onderzoek, omdat Ergo Buildings over onvoldoende liquiditeit beschikt.
1.5
Bij e-mail van 11 juli 2024 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker.
1.6
Bij e-mail van 18 juli 2024 heeft mr. Huijs de Ondernemingskamer bericht dat [A] instemt met het verzoek van de onderzoeker en bevestigd dat [A] heeft aangeboden de kosten te vergoeden indien en voor zover die kosten niet door Ergo Buildings kunnen worden gedragen.
1.7
Bij e-mail van 18 juli 2024 heeft mr. Spoormans de Ondernemingskamer bericht dat Rosch B.V. meent dat het aanvullende onderzoek naar de factuurmappen overbodig is en om die reden achterwege kan blijven. Volgens Rosch valt het onderzoek naar de factuurmappen buiten het bereik van het door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek en zijn de factuurmappen reeds door [A] ingezien.
2De gronden van de beslissing
2.1
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de reikwijdte van het onderzoek wordt bepaald door het dictum van de beschikking van de Ondernemingskamer waarin het onderzoek is gelast, gelezen in samenhang met de overwegingen waarop die beslissing berust. In de beschikking van 6 april 2024 heeft de Ondernemingskamer onder 3.6 overwogen dat Ergo Buildings diverse betalingen heeft gedaan, maar dat daarvan niet duidelijk is geworden of dat terecht is. De grondslag van het merendeel van die betalingen kon niet worden opgehelderd door Ergo Buildings en Rosch en voeden de twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Ergo Buildings. De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat de betalingen bij het onderzoek kunnen worden betrokken. Het onderzoek naar de factuurmappen houdt dan ook verband met de in de beschikking genoemde redenen voor het gelasten van het onderzoek.
2.2
Nu de onderzoeker voldoende heeft toegelicht welke werkzaamheden in verband met het onderzoek dienen te worden verricht bovenop de eerder begrote werkzaamheden en welke kosten daarmee zijn gemoeid en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek van de onderzoeker als na te noemen toewijzen.
Dictum
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 49.700, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat deze kosten ten laste komen van Ergo Buildings B.V., met dien verstande dat [A] B.V. zal instaan voor de betaling van het aanvullende bedrag van € 9.500 (exclusief btw) indien en voor zover het banksaldo van Ergo Buildings B.V. daarvoor niet toereikend is;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 9 augustus 2024.
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.318.402/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 9 augustus 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] B.V.,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs, beiden kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda.
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 april 2023, 14 april 2023, 16 juni 2023, 11 januari 2024, en de beslissing van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 9 juli 2024 in deze zaak in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings B.V. (hierna: Ergo Buildings) over de periode vanaf 1 januari 2018, mr. R.G. Roeffen (hierna ook: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Ergo Buildings en bepaalde onmiddellijke voorzieningen getroffen. Bij beschikking van 16 juni 2023 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij beschikking van 11 januari 2024 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogd tot € 40.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet in begrepen.
1.3
Bij beslissing van 9 juli 2024 heeft de voorzitter van de Ondernemingskamer het verzoek van [A] om haar te machtigen om mededelingen te doen uit het conceptverslag van het onderzoek afgewezen.
1.4
Bij brief van 10 juli 2024 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 9.500 (exclusief btw). De onderzoeker heeft toegelicht dat hij in zijn conceptverslag heeft vermeld dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de factuurmappen van Ergo Buildings en dat (de advocaat van) [A] hem – naar aanleiding van het conceptverslag – heeft verzocht dat alsnog te doen. Daarbij heeft de advocaat van [A] de onderzoeker laten weten dat [A] zal instaan voor de kosten voor dit aanvullend onderzoek, omdat Ergo Buildings over onvoldoende liquiditeit beschikt.
1.5
Bij e-mail van 11 juli 2024 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker.
1.6
Bij e-mail van 18 juli 2024 heeft mr. Huijs de Ondernemingskamer bericht dat [A] instemt met het verzoek van de onderzoeker en bevestigd dat [A] heeft aangeboden de kosten te vergoeden indien en voor zover die kosten niet door Ergo Buildings kunnen worden gedragen.
1.7
Bij e-mail van 18 juli 2024 heeft mr. Spoormans de Ondernemingskamer bericht dat Rosch B.V. meent dat het aanvullende onderzoek naar de factuurmappen overbodig is en om die reden achterwege kan blijven. Volgens Rosch valt het onderzoek naar de factuurmappen buiten het bereik van het door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek en zijn de factuurmappen reeds door [A] ingezien.
2De gronden van de beslissing
2.1
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de reikwijdte van het onderzoek wordt bepaald door het dictum van de beschikking van de Ondernemingskamer waarin het onderzoek is gelast, gelezen in samenhang met de overwegingen waarop die beslissing berust. In de beschikking van 6 april 2024 heeft de Ondernemingskamer onder 3.6 overwogen dat Ergo Buildings diverse betalingen heeft gedaan, maar dat daarvan niet duidelijk is geworden of dat terecht is. De grondslag van het merendeel van die betalingen kon niet worden opgehelderd door Ergo Buildings en Rosch en voeden de twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Ergo Buildings. De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat de betalingen bij het onderzoek kunnen worden betrokken. Het onderzoek naar de factuurmappen houdt dan ook verband met de in de beschikking genoemde redenen voor het gelasten van het onderzoek.
2.2
Nu de onderzoeker voldoende heeft toegelicht welke werkzaamheden in verband met het onderzoek dienen te worden verricht bovenop de eerder begrote werkzaamheden en welke kosten daarmee zijn gemoeid en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek van de onderzoeker als na te noemen toewijzen.
Dictum
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 49.700, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat deze kosten ten laste komen van Ergo Buildings B.V., met dien verstande dat [A] B.V. zal instaan voor de betaling van het aanvullende bedrag van € 9.500 (exclusief btw) indien en voor zover het banksaldo van Ergo Buildings B.V. daarvoor niet toereikend is;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. de Jongh op 9 augustus 2024.