Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-06-18
ECLI:NL:GHAMS:2024:1731
Strafrecht
Hoger beroep
2,666 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002621-22
datum uitspraak: 18 juni 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 september 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-104327-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1984,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging en strafmaatoverweging aanvult, artikel 63 van het wetboek van strafrecht toevoegt aan de wettelijke voorschriften en – indien cassatie wordt ingesteld – de bewijsmiddelen uitwerkt.
Aanvullende bewijsoverweging
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van de verdachte bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het wapen dat in de woning van de verdachte is aangetroffen niet bestemd is om patronen mee af te vuren. Het betreft immers een gaspistool dat weliswaar omgebouwd is, maar het ombouwen is niet gelukt, zodat er geen patronen mee afgevuurd konden worden. Doordat het ombouwen tot een vuurwapen mislukt is, de juridische bestemming niet veranderd en is geen sprake van een vuurwapen waarmee projectielen afgeschoten kunnen worden, aldus de raadsman.
Het hof verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt als volgt.
Uit de determinatierapportage van 12 augustus 2022 blijkt dat het wapen een getransformeerd gas-alarmpistool is van het merk Walther en model P22, dat is voorzien van een vrije loop die op enig moment is vervangen dan wel bewerkt om scherpe projectielen mee te kunnen verschieten, zoals de in het pistool aangetroffen scherpe patronen.
Het hof oordeelt op basis van het determinatierapport dat het wapen, zowel voor als na de ombouw, bestemd was tot het afschieten van projectielen of stoffen door een loop, zodat het hof tot de conclusie komt dat het een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet Wapens en Munitie (WWM) betreft. Het vuurwapen heeft bovendien de vorm van een pistool, zodat sprake is van een vuurwapen van categorie III WWM. De omstandigheid dat de slagpin bij het overhalen van de trekker het slaghoedje van de huls niet ontsteekt en het pistool derhalve niet geschikt was om door de loop patronen te verschieten doet daar niet aan af. Het hof merkt daarbij op dat blijkens de WWM alarmpistolen ook wapens van de 3e categorie zijn, tenzij zij geen loop of een verkorte geheel gevulde loop. Blijkens het determinatierapport was sprake van een (omgebouwd) gas-alarmpistool met een vrije loop.
Aanvullende strafoverweging
De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor dezelfde straf wordt veroordeeld als door de rechtbank is opgelegd.
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep verzocht een gevangenisstraf van maximaal 4 maanden op te leggen gelet op de oriëntatiepunten en het feit dat het wapen niet geschikt is om patronen mee af te vuren.
Het hof sluit zich aan bij de opgelegde straf en de overwegingen daaromtrent in het vonnis en overweegt in aanvulling daarop als volgt. Het hof heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het feit dat de verdachte op 22 augustus 2021 is aangehouden (in de zaak met parketnummer 23-001267-22) voor vuurwapenbezit, hetgeen hij ook heeft bekend. Dat de verdachte bijna 8 maanden later opnieuw een vuurwapen en munitie in zijn bezit heeft, getuigt ervan dat zijn eerdere aanhouding hem niet gemotiveerd heeft andere beslissingen te nemen, hetgeen het hof in zijn nadeel heeft meegewogen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. N.E. Kwak en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2024.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002621-22
datum uitspraak: 18 juni 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 september 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-104327-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1984,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging en strafmaatoverweging aanvult, artikel 63 van het wetboek van strafrecht toevoegt aan de wettelijke voorschriften en – indien cassatie wordt ingesteld – de bewijsmiddelen uitwerkt.
Aanvullende bewijsoverweging
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van de verdachte bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het wapen dat in de woning van de verdachte is aangetroffen niet bestemd is om patronen mee af te vuren. Het betreft immers een gaspistool dat weliswaar omgebouwd is, maar het ombouwen is niet gelukt, zodat er geen patronen mee afgevuurd konden worden. Doordat het ombouwen tot een vuurwapen mislukt is, de juridische bestemming niet veranderd en is geen sprake van een vuurwapen waarmee projectielen afgeschoten kunnen worden, aldus de raadsman.
Het hof verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt als volgt.
Uit de determinatierapportage van 12 augustus 2022 blijkt dat het wapen een getransformeerd gas-alarmpistool is van het merk Walther en model P22, dat is voorzien van een vrije loop die op enig moment is vervangen dan wel bewerkt om scherpe projectielen mee te kunnen verschieten, zoals de in het pistool aangetroffen scherpe patronen.
Het hof oordeelt op basis van het determinatierapport dat het wapen, zowel voor als na de ombouw, bestemd was tot het afschieten van projectielen of stoffen door een loop, zodat het hof tot de conclusie komt dat het een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet Wapens en Munitie (WWM) betreft. Het vuurwapen heeft bovendien de vorm van een pistool, zodat sprake is van een vuurwapen van categorie III WWM. De omstandigheid dat de slagpin bij het overhalen van de trekker het slaghoedje van de huls niet ontsteekt en het pistool derhalve niet geschikt was om door de loop patronen te verschieten doet daar niet aan af. Het hof merkt daarbij op dat blijkens de WWM alarmpistolen ook wapens van de 3e categorie zijn, tenzij zij geen loop of een verkorte geheel gevulde loop. Blijkens het determinatierapport was sprake van een (omgebouwd) gas-alarmpistool met een vrije loop.
Aanvullende strafoverweging
De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor dezelfde straf wordt veroordeeld als door de rechtbank is opgelegd.
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep verzocht een gevangenisstraf van maximaal 4 maanden op te leggen gelet op de oriëntatiepunten en het feit dat het wapen niet geschikt is om patronen mee af te vuren.
Het hof sluit zich aan bij de opgelegde straf en de overwegingen daaromtrent in het vonnis en overweegt in aanvulling daarop als volgt. Het hof heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het feit dat de verdachte op 22 augustus 2021 is aangehouden (in de zaak met parketnummer 23-001267-22) voor vuurwapenbezit, hetgeen hij ook heeft bekend. Dat de verdachte bijna 8 maanden later opnieuw een vuurwapen en munitie in zijn bezit heeft, getuigt ervan dat zijn eerdere aanhouding hem niet gemotiveerd heeft andere beslissingen te nemen, hetgeen het hof in zijn nadeel heeft meegewogen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. N.E. Kwak en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. C.T. Snellenberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juni 2024.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]