Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-05-30
ECLI:NL:GHAMS:2024:1718
Strafrecht
Hoger beroep
1,864 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000285-24
datum uitspraak: 30 mei 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-029833-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2006,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
de gebruikte bewijsmiddelen zal vervangen door de bewijsmiddelen die, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest, en
het vonnis aanvult met de hierna volgende bewijsoverweging.
Aanvullende bewijsoverweging
De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij de telefoon, die bij hem is aangetroffen, niet heeft gestolen. Volgens de verdachte werd hij op een gegeven moment aangevallen en kwam hij als gevolg daarvan op de grond terecht. Bij de politie heeft hij verklaard dat hij vervolgens opstond en eerst wegliep, maar toen bemerkte dat hij zijn telefoon was verloren en toen is teruggelopen, waarna hij een telefoon op de grond zag liggen. Hij ging ervan uit dat dit zijn telefoon was, hij pakte de telefoon op en rende toen weer weg.
Het hof acht deze verklaring van de verdachte niet geloofwaardig. Allereerst troffen de verbalisanten de telefoon aan in de broek van de verdachte ter hoogte van zijn enkel. Waarom de verdachte zijn eigen telefoon daar zou bewaren, heeft de verdachte niet kunnen uitleggen. Voorts betrof het een telefoon die een aantal straten verderop (kort voor de vechtpartij waarover de verdachte heeft verklaard) was gestolen. Waarom deze telefoon bij een straatroof van een andere telefoon op straat zou liggen, is evenmin duidelijk geworden. Tot slot betrof de telefoon die bij de verdachte werd aangetroffen een iPhone, terwijl de verdachte heeft verklaard dat hij een Samsung had. Ook dit verschil heeft de verdachte onvoldoende kunnen ophelderen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. H. Durdu, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 mei 2024.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000285-24
datum uitspraak: 30 mei 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-029833-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2006,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
de gebruikte bewijsmiddelen zal vervangen door de bewijsmiddelen die, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest, en
het vonnis aanvult met de hierna volgende bewijsoverweging.
Aanvullende bewijsoverweging
De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij de telefoon, die bij hem is aangetroffen, niet heeft gestolen. Volgens de verdachte werd hij op een gegeven moment aangevallen en kwam hij als gevolg daarvan op de grond terecht. Bij de politie heeft hij verklaard dat hij vervolgens opstond en eerst wegliep, maar toen bemerkte dat hij zijn telefoon was verloren en toen is teruggelopen, waarna hij een telefoon op de grond zag liggen. Hij ging ervan uit dat dit zijn telefoon was, hij pakte de telefoon op en rende toen weer weg.
Het hof acht deze verklaring van de verdachte niet geloofwaardig. Allereerst troffen de verbalisanten de telefoon aan in de broek van de verdachte ter hoogte van zijn enkel. Waarom de verdachte zijn eigen telefoon daar zou bewaren, heeft de verdachte niet kunnen uitleggen. Voorts betrof het een telefoon die een aantal straten verderop (kort voor de vechtpartij waarover de verdachte heeft verklaard) was gestolen. Waarom deze telefoon bij een straatroof van een andere telefoon op straat zou liggen, is evenmin duidelijk geworden. Tot slot betrof de telefoon die bij de verdachte werd aangetroffen een iPhone, terwijl de verdachte heeft verklaard dat hij een Samsung had. Ook dit verschil heeft de verdachte onvoldoende kunnen ophelderen.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. C.J. van der Wilt en mr. H. Durdu, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 mei 2024.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]