Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-01-23
ECLI:NL:GHAMS:2024:117
Civiel recht
Hoger beroep
1,606 tokens
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.328.725/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/711476 DW RK 21/575
Dictum
inzake
[appellante] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellante,
tegen
mr. [geïntimeerde] ,
gerechtsdeurwaarder te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna klaagster en de gerechtsdeurwaarder genoemd.
Procesverloop
1.1.
Klaagster heeft een beroepschrift – met dagtekening 14 juni 2023 – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 12 mei 2023 (ECLI:NL:TGDKG:2023:25). Dit beroepschrift is op 21 juni 2023 door het hof ontvangen. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.
1.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 29 augustus 2023 een verweerschrift ingediend. De gerechtsdeurwaarder stelt zich daarin op het standpunt dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat klaagster daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep.
1.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
1.4.
De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2023. Klaagster, vergezeld van haar zoon, en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. Het hof heeft partijen vooraf laten weten eerst alleen de ontvankelijkheid van klaagster in haar hoger beroep te zullen behandelen.
2De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep
2.1.
Dictum
2.2.
De rechtszekerheid vergt dat strikt de hand wordt gehouden aan wettelijke beroepstermijnen. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan op dit uitgangspunt een uitzondering worden gemaakt. Het is aan klaagster om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding mogelijk verschoonbaar is.
2.3.
Klaagster heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat zij als gevolg van medische problemen van zichzelf en (enkele van) haar gezinsleden niet in de gelegenheid is geweest om haar beroepschrift eerder in te dienen. Daarbij komt dat klaagster gelijktijdig met deze procedure ook verwikkeld was in andere procedures.
2.4.
Het hof is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden – hoe naar deze voor klaagster ook zijn – de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar doen zijn. Klaagster zal daarom nietontvankelijk worden verklaard in haar hoger beroep.
Dictum
Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 12 mei 2023.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2024 door de rolraadsheer.
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.328.725/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/711476 DW RK 21/575
Dictum
inzake
[appellante] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellante,
tegen
mr. [geïntimeerde] ,
gerechtsdeurwaarder te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna klaagster en de gerechtsdeurwaarder genoemd.
Procesverloop
1.1.
Klaagster heeft een beroepschrift – met dagtekening 14 juni 2023 – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 12 mei 2023 (ECLI:NL:TGDKG:2023:25). Dit beroepschrift is op 21 juni 2023 door het hof ontvangen. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard.
1.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 29 augustus 2023 een verweerschrift ingediend. De gerechtsdeurwaarder stelt zich daarin op het standpunt dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat klaagster daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep.
1.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
1.4.
De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2023. Klaagster, vergezeld van haar zoon, en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. Het hof heeft partijen vooraf laten weten eerst alleen de ontvankelijkheid van klaagster in haar hoger beroep te zullen behandelen.
2De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep
2.1.
Dictum
2.2.
De rechtszekerheid vergt dat strikt de hand wordt gehouden aan wettelijke beroepstermijnen. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan op dit uitgangspunt een uitzondering worden gemaakt. Het is aan klaagster om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding mogelijk verschoonbaar is.
2.3.
Klaagster heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat zij als gevolg van medische problemen van zichzelf en (enkele van) haar gezinsleden niet in de gelegenheid is geweest om haar beroepschrift eerder in te dienen. Daarbij komt dat klaagster gelijktijdig met deze procedure ook verwikkeld was in andere procedures.
2.4.
Het hof is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden – hoe naar deze voor klaagster ook zijn – de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar doen zijn. Klaagster zal daarom nietontvankelijk worden verklaard in haar hoger beroep.
Dictum
Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 12 mei 2023.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2024 door de rolraadsheer.