Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2024-04-23

ECLI:NL:GHAMS:2024:1109

Strafrecht Hoger beroep 12,483 tokens

Inleiding

Dictum

[…]

Dictum

[…]

Ecli:nl:ghams:2024:1109 text/xml public 2026-05-20t00:01:21 2024-04-26 raad voor de rechtspraak nl gerechtshof amsterdam 2024-04-23 23-000996-20 uitspraak hoger beroep nl amsterdam strafrecht cassatie: ecli:nl:hr:2026:774 rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:ghams:2024:1109 text/html public 2024-04-26t10:10:12 2024-04-26 raad voor de rechtspraak nl ecli:nl:ghams:2024:1109 gerechtshof amsterdam , 23-04-2024 / 23-000996-20 medeplegen invoer van cocaïne. gs 35 maanden. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000996-20 datum uitspraak: 23 april 2024 tegenspraak verkort arrest van het gerechtshof amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank amsterdam van 26 maart 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-730035-19 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1975, adres: [adres]. onderzoek van de zaak dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het wetboek van strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. de verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. tenlastelegging aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 4 september 2019 te schiphol, gemeente haarlemmermeer en/of te amsterdam en/of te beverwijk, althans in nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de opiumwet en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 9 liter vloeistof bevattende 6,66 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de opiumwet behorende lijst i, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. de verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. vonnis waarvan beroep het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. bewijsoverweging de raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken voor zover het de tenlastegelegde (verlengde) invoer betreft. daartoe is aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het regelen van het transport naar nederland en/of het contact met de verzenders. zijn betrokkenheid ziet slecht op de gedragingen nadat de drugs al waren ingevoerd. om deze die reden kan hij niet als medepleger van de invoer gezien worden. het hof overweegt het volgende. aan de verdachte is (onder meer) tenlastegelegd dat hij cocaïne binnen het grondgebied van nederland heeft gebracht. uit artikel 1, vierde lid, van de opiumwet, volgt dat onder “het binnen het grondgebied van nederland brengen” mede wordt verstaan: “(…) elke op het verdere vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling” met betrekking tot die middelen. de betrokkenheid aan een strafbaar feit kan als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. uit de bewijsmiddelen leidt het hof de volgende feiten en omstandigheden af. op 4 september 2019 te amsterdam zijn tijdens de aanhouding van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in een renault kangoo 41 dozen aangetroffen met daarin plastic zakken met tropische vissen. in 5 van deze dozen is vloeibare cocaïne aangetroffen. ook is een air waybill aangetroffen, waaruit blijkt dat de zending van 3 september 2019 afkomstig was van [bedrijf 1] (bogota, colombia) en bestemd was voor [bedrijf 2] ter attentie van medeverdachte [medeverdachte 2]. de expediteur van deze zending was [bedrijf 3] bv. getuige [getuige], medewerker van [bedrijf 3] bv heeft verklaard dat hij met betrekking tot deze zending telefonisch en per e-mail contact heeft gehad met [medeverdachte 2]. [getuige] verklaart verder dat hij op een gegeven moment geen contact meer kon krijgen, waarna [medeverdachte 1] de nieuwe contactpersoon werd. met [medeverdachte 1] heeft hij vervolgens administratieve zaken geregeld met betrekking tot de inklaring. op 1 september 2019 is er een ontmoeting geweest tussen [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en de verdachte, waarbij kennelijk de uithaal op 4 september 2019 is besproken. uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting volgt dat hij bij die bijeenkomst aanwezig was en dat er over de invoer is gesproken. op enig moment heeft de verdachte zijn (half)broer benaderd om deel te nemen aan deze operatie en hem gevraagd de dozen op schiphol op te halen. op 4 september 2019, de dag van het inklaren van de zending, zijn de verdachte en zijn medeverdachten geobserveerd, hebben er telefoongesprekken plaatsgevonden en zijn er gesprekken opgenomen in de volkswagen golf met kenteken [kenteken]. hieruit is het volgende gebleken. in de vroege ochtend heeft [medeverdachte 3] twee nokia-telefoons gekocht. eén daarvan heeft hij voor zichzelf gehouden en de ander heeft hij aan [medeverdachte 1] gegeven. daarna zijn de verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] met elkaar opgetrokken die dag tot het moment van aanhouding. in die tijd hebben ze veelvuldig telefonisch contact onderhouden met elkaar, maar ook met [medeverdachte 2], waarbij het steeds over de uithaal van de - kort daarvoor uit colombia aangekomen - vissen en de cocaïne en de verdere gang van zaken die dag gaat. [medeverdachte 1] kreeg tijdens het contact met [medeverdachte 3] en de verdachte instructies. de verdachte en [medeverdachte 1] zijn samen eerst naar een loods van [bedrijf 4] gegaan, die door de verdachte is geregeld. vervolgens heeft [medeverdachte 3] zich bij de verdachte en [medeverdachte 1] gevoegd. daarna is [medeverdachte 1] weggereden in de renault kangoo en zijn [medeverdachte 3] en de verdachte samen weggereden in de volkswagen golf. [medeverdachte 1] is vervolgens naar [bedrijf 3] bv gegaan, waarna hij richting het [locatie] is gereden. de volkswagen golf is al die tijd in de buurt gebleven. [medeverdachte 1] heeft bij het [locatie] de dozen in zijn auto geladen en vanuit de volkswagen golf is een extra koerier geregeld. de renault kangoo is vervolgens van het terrein afgereden en teruggereden naar de loods van [bedrijf 4]. op het moment dat daar dozen werden verplaatst, zijn onder andere [medeverdachte 1] en de verdachte aangehouden. het hof stelt, gelet op al deze feiten en omstandigheden en gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, en dat hij zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het binnen het grondgebied van nederland brengen van de cocaïne. daarbij overweegt het hof dat – anders dan de verdediging lijkt te stellen – voor de vraag of sprake is van medeplegen van (verlengde) invoer, in dit geval, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet relevant is of en zo ja in hoeverre de verdachte betrokken is geweest bij de voorbereiding voor zover die ziet op het traject dat zich in het buitenland (colombia) heeft afgespeeld. het verweer dat de verdachte van de (verlengde) invoer moet worden vrijgesproken, wordt dan ook verworpen het hof acht het tenlastegelegde bewezen. bewezenverklaring het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 4 september 2019 in nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van nederland heeft gebracht en heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 9 liter vloeistof bevattende 6,66 kilogram cocaïne.

Inleiding

Volledig