Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-06-27
ECLI:NL:GHAMS:2023:3648
Strafrecht
Hoger beroep
2,375 tokens
Inleiding
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 27 juni 2023
parketnummer 23-001870-22
datum vonnis eerste aanleg 8 juli 2022
parketnummer 96-091250-21
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op
27 juni 2023
.
Tegenwoordig:
mr. E. van Die, raadsheer,
en S. Maerman, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. A. van Kooij, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte,
ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op vragen van de raadsheer te zijn:
[verdachte01] ,
geboren [geboortedatum01] 1998 te [geboorteplaats01] ,
[adres01] .
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.J.C. Verlaan, advocaat te Amsterdam.
De raadsheer vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven. Hij zegt dat hij de straf te zwaar vindt.
De raadsman vult aan:
Mijn cliënt heeft vooral moeite met de opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid.
De raadsheer maakt melding van het volgende bij het hof ingekomen stuk, te weten een uittreksel uit de Justitiële Documentatie op naam van de verdachte van 8 mei 2023, dat aan het dossier wordt toegevoegd.
De verdachte verklaart:
Ik had een vriendin in Rotterdam die ziek was. Ik moest blijven totdat haar moeder thuis kwam en daarna wilde ik snel naar huis voor de avondklok. Dat is de reden waarom ik te hard reed. Ik heb de afgelopen tijd veel van mijn fouten geleerd. Deze zaak is twee jaar oud. Daarna heb ik nog een aantal fouten gemaakt, maar nu zit ik op het punt dat ik het echt niet meer wil. Mijn bedrijf lijdt hieronder. Ik heb een eigen [bedrijf01] , door heel Noord-Holland en Zuid-Holland. Wat ons speciaal maakt is dat wij onze klanten zelf wegbrengen. Ik kan dat nu niet meer doen, waardoor mijn omzet daalt. De kantoorkosten en personeelskosten lopen namelijk door. Ik heb op 4 juli 2023 een cursus ingepland.
De raadsheer houdt de verkorte inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 mei 2023 voor.
Op vragen van de raadsheer en van de advocaat-generaal deelt de raadsman mede:
Mijn cliënt is zijn rijbewijs kwijtgeraakt naar aanleiding van de laatste snelheidsovertreding met als pleegdatum 12 juni 2022. Ik verwacht dat hij zijn rijbewijs na afloop van de cursus weer terug zal krijgen. Het is nog onbekend wanneer deze zaak zal worden behandeld.
Desgevraagd geven de advocaat-generaal en de raadsman te kennen geen verdere vragen te hebben over de persoonlijke omstandigheden.
De advocaat-generaal voert het woord en leest de vordering voor. Deze wordt aan het hof overgelegd en in het dossier gevoegd. Zij voert bij deze gelegenheid aan:
De snelheidsovertreding kan wettig en overtuigend bewezen worden. Vandaag gaat het met name over de opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid. Er spelen twee verschillende belangen bij het hebben van een rijbewijs. Aan de ene kant heb je het belang van de mensen die hun rijbewijs nodig hebben maar dit altijd te laat bedenken en aan de andere kant heb je het belang van de verkeersveiligheid. Deze verkeersveiligheid maakt dat we heel streng zijn op mensen die te hard rijden. Vandaag werkt ook in je nadeel dat je een strafblad hebt. Je had een strafbeschikking waarbij je je rijbewijs in moest leveren en een half jaar later doe je het weer. Dit maakt dat ik niet geneigd ben om hier schappelijk mee om te gaan. Daarom kan de beslissing van de kantonrechter wat mij betreft in stand blijven: ik vorder een geldboete van € 500,00 te voldoen in 10 termijnen en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman voert het woord tot verdediging:
Over de feiten heb ik geen opmerking. Wel wil ik opmerken dat aan de sfeer op de zitting in eerste aanleg duidelijk te merken was dat de kantonrechter van mening was dat mijn cliënt niet wilde leren gelet op zijn documentatie en daarom maar moest voelen. De kantonrechter is daarom boven de richtlijnen van het openbaar ministerie gaan zitten. Dit feit zat zo dicht op het andere feit en dat was van invloed op de sfeer. Inmiddels gaat het om een relatief oude zaak. Na de zitting in eerste aanleg heeft mijn cliënt geen overtredingen meer begaan. Hij heeft zijn rijbewijs drie maanden moeten missen, daarna volgde de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs door het CBR, het inplannen van de cursus en het betalen van de cursus, te weten een bedrag van € 1.300,00. Mijn cliënt zit nu in een punitieve periode. Gebleken is dat deze punitieve periode recidive verminderend werkt. Het lijkt mij beter om te kijken naar de strafdoelen in plaats van het volgen van simpele richtlijnen. Als je de situatie van nu vergelijkt met de situatie van afgelopen jaar, dan denk ik dat de strafdoelen al bereikt zijn. Hierbij denk ik ook de financiële gevolgen van zijn bedrijf. Met een blik op de toekomst is zijn rijbewijs in augustus weer geldig. Als het vonnis in eerste aanleg gevolgd zou worden, dan zou er vervolgens nog eens twee maanden aan vastgeplakt moeten worden. Dit is mijns inziens te punitief. Ik vraag om dezelfde geldboete op te leggen met een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van drie maanden.
De advocaat-generaal persisteert.
De verdachte voert het laatste woord als volgt:
Ik heb geen kracht en energie meer om zonder rijbewijs te zitten. Ik heb er spijt van en ik zal het nooit meer doen.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 12 maart 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A4, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 145 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij op 12 maart 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A4, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 145 kilometer per uur.
Bewijsmiddelen
De in de bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden leveren de redengevende feiten en omstandigheden op, waarop de beslissing van het hof steunt, dat het tenlastegelegde en bewezen geachte feit door verdachte is begaan.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboete
van
€ 500,00 (vijfhonderd euro)
, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis
.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetes
mag worden voldaan in
10 (tien) termijnen
van
1 maand
, elke termijn groot
€ 50,00 (vijftig euro)
.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen
voor de duur van
4 (vier) maanden
.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
2 (twee) maanden
, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
De raadsheer geeft aan verdachte kennis dat hij binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest en maakt hem opmerkzaam op zijn recht om ter terechtzitting van dat recht afstand te doen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.