Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-12-18
ECLI:NL:GHAMS:2023:3563
Strafrecht
Hoger beroep
608 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-148840-22
parketnummer hoger beroep : 23-001323-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 18 december 2023 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 april 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte01]
voornamen: [verdachte01]
geboren: op [geboortedatum01] 1965 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] )
adres: [adres01] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd
op 30 mei 2022 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboete
van
€ 800,00 (achthonderd euro)
, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
16 (zestien) dagen hechtenis
.
Bepaalt dat het totaal van de
geldboetes
mag worden voldaan in
8 (acht) termijnen
van
1 maand
, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro)
.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen
voor de duur van
300 (driehonderd) dagen
.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
282 (tweehonderdtweeëntachtig) dagen
, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van T. Zikken, griffier.
mr. S.M.M. Bordenga
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.