Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-27
ECLI:NL:GHAMS:2023:2664
Strafrecht
Hoger beroep
4,714 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001529-23
datum uitspraak: 27 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-119161-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1995,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
laatst opgegeven adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een (mobiele) telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, diverse winkelproducten (met een totale winkelwaarde van ongeveer € 106,74), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [winkel 1] en/of de [winkel 2] en/of de [winkel 3] en/of [winkel 4] en/of [winkel 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de politierechter en omdat het proces-verbaal van de terechtzitting met daarin aangetekend het vonnis zoals bedoeld in artikel 378 Wetboek van Strafvordering niet door de politierechter is ondertekend.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het Tallon-criterium is geschonden omdat de verdachte er niet op uit was om de telefoon te stelen. Zijn opzet op deze diefstal is gecreëerd door de inzet van de loktelefoon door de politie. De verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon niet wilde stelen, maar dat die telefoon bijna uit de tas viel. Op dat moment kwam hij in de verleiding en heeft hij de stap gemaakt om de telefoon te grijpen. In het dossier zijn verder geen foto’s opgenomen waarop zichtbaar is in hoeverre de telefoon uit de tas stak. Verder is het opvallend dat de verdachte niet meteen is aangehouden bij eerdere diefstallen, maar dat in plaats daarvan de loktelefoon is ingezet, aldus de verdediging.
Het hof stelt voorop dat het plaatsen door de politie van een zogenoemde loktelefoon om op die manier personen die zich schuldig maken aan diefstallen – bijvoorbeeld in de vorm van zakkenrollerij – op heterdaad te kunnen betrappen, op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit handelen niet op een specifieke wettelijke regeling. Het gebruik van een dergelijk lokmiddel is in het algemeen niet onrechtmatig indien daardoor (a) de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht (het zogenaamde Tallon-criterium), en (b) de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden (vgl. HR 12 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:149 betreffende de inzet van een lokfiets).
Het hof gaat op basis van de dossierstukken (in het bijzonder het proces-verbaal van bevindingen op de doorgenummerde pagina’s 22-28 van het politiedossier) uit van de volgende gang van zaken. Politieambtenaren van het Doelgroepenteam bevonden zich op 9 mei 2023 in de binnenstad van Amsterdam. Zij zagen dat de verdachte opvallend gedrag vertoonde door een onlogische route te lopen, zigzaggend door de Nieuwendijk en over het Damrak, waarbij hij rondjes liep en telkens terugkwam op dezelfde plek. Tijdens het lopen keek de verdachte regelmatig in de richting van andere personen met de focus op de bagage van personen. Ook zagen de verbalisanten dat de verdachte opvallend veel aandacht had voor personen en hun bagage op de terrassen en voor tasjes die vrouwen bij zich droegen. Als aanleiding voor de inzet van de loktelefoon (vanaf 17:00 uur voor de duur van maximaal 6 uren) is geverbaliseerd dat de verdachte al meerdere diefstallen had gepleegd bij winkels. Dat de verdachte terrassen afkeek en keek naar voorbijgangers, op een wijze die de verbalisanten ambtshalve voorkwam als zakkenrollersgedrag. Toen de verdachte na de diefstal van een broodje bij de [winkel 1] erg veel interesse vertoonde voor de open handtas van een vrouw besloot verbalisant [slachtoffer] de loktelefoon in te zetten. De loktelefoon is door [slachtoffer] in het voorvakje van haar schoudertas geplaatst die aan de linkerzijde van haar heup hing, op zo’n manier dat maar enkele centimeters van de telefoon zichtbaar waren.
Het doel van de inzet van de loktelefoon was om de onbekende dader(s) te kunnen traceren en aanhouden en het aantal zakkenrollerijen hierdoor te doen reduceren. In het centrum van Amsterdam, zo hebben de verbalisanten in hun proces-verbaal opgenomen, is het aantal diefstallen van onder andere
telefoons hoog. In de periode van 1 januari 2023 tot en met 9 mei 2023 is 1350 keer aangifte gedaan van zakkenrollerij in het centrum van Amsterdam. Veel toeristen, maar ook uitgaanspubliek worden van hun
telefoons bestolen.
Na plaatsing van de loktelefoon is gezien dat de verdachte keek naar de tas van verbalisant [slachtoffer] en dat hij, toen hij de telefoon zag, direct naar [slachtoffer] liep, heel erg dicht op haar ging staan, zijn rechterhand uitstak in de richting van de loktelefoon, deze pakte en vrij snel wegliep met de telefoon nog
in zijn rechterhand. Vervolgens is gezien dat de verdachte zijn hand in een winkelschap stopte.
Hierop is de verdachte aangehouden. De verdachte verklaarde: “Die telefoon die ik net van die vrouw had gepakt, die ligt tussen de producten. Ik had de telefoon gepakt, maar ik schrok van jullie. Ik heb de telefoon toen snel weggestopt tussen de producten bij de snoepafdeling”.
In zijn verhoor bij de politie (doorgenummerde p. 35-39 van het politiedossier) heeft de verdachte de diefstallen bekend en gezegd dat hij de spullen niet terug zou hebben gegeven als hij niet zou zijn gepakt door de politie. Over de telefoon heeft hij onder meer verklaard dat hij heel graag een telefoon wilde hebben omdat hij er niet een had en dat het stelen van de telefoon hem heel makkelijk leek.
Gelet op deze gang van zaken, waarbij de diefstal van de telefoon slechts een volgende diefstal in een reeks is geweest, is het hof van oordeel dat de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht, terwijl ook de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. Dat de verdachte niet direct na de eerste door hem gepleegde diefstal is aangehouden, leidt niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2023.
Mrs. Van Die, Jeltes en El Wali zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001529-23
datum uitspraak: 27 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-119161-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1995,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
laatst opgegeven adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een (mobiele) telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, diverse winkelproducten (met een totale winkelwaarde van ongeveer € 106,74), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [winkel 1] en/of de [winkel 2] en/of de [winkel 3] en/of [winkel 4] en/of [winkel 5], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring komt dan de politierechter en omdat het proces-verbaal van de terechtzitting met daarin aangetekend het vonnis zoals bedoeld in artikel 378 Wetboek van Strafvordering niet door de politierechter is ondertekend.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het Tallon-criterium is geschonden omdat de verdachte er niet op uit was om de telefoon te stelen. Zijn opzet op deze diefstal is gecreëerd door de inzet van de loktelefoon door de politie. De verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon niet wilde stelen, maar dat die telefoon bijna uit de tas viel. Op dat moment kwam hij in de verleiding en heeft hij de stap gemaakt om de telefoon te grijpen. In het dossier zijn verder geen foto’s opgenomen waarop zichtbaar is in hoeverre de telefoon uit de tas stak. Verder is het opvallend dat de verdachte niet meteen is aangehouden bij eerdere diefstallen, maar dat in plaats daarvan de loktelefoon is ingezet, aldus de verdediging.
Het hof stelt voorop dat het plaatsen door de politie van een zogenoemde loktelefoon om op die manier personen die zich schuldig maken aan diefstallen – bijvoorbeeld in de vorm van zakkenrollerij – op heterdaad te kunnen betrappen, op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit handelen niet op een specifieke wettelijke regeling. Het gebruik van een dergelijk lokmiddel is in het algemeen niet onrechtmatig indien daardoor (a) de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht (het zogenaamde Tallon-criterium), en (b) de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden (vgl. HR 12 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:149 betreffende de inzet van een lokfiets).
Het hof gaat op basis van de dossierstukken (in het bijzonder het proces-verbaal van bevindingen op de doorgenummerde pagina’s 22-28 van het politiedossier) uit van de volgende gang van zaken. Politieambtenaren van het Doelgroepenteam bevonden zich op 9 mei 2023 in de binnenstad van Amsterdam. Zij zagen dat de verdachte opvallend gedrag vertoonde door een onlogische route te lopen, zigzaggend door de Nieuwendijk en over het Damrak, waarbij hij rondjes liep en telkens terugkwam op dezelfde plek. Tijdens het lopen keek de verdachte regelmatig in de richting van andere personen met de focus op de bagage van personen. Ook zagen de verbalisanten dat de verdachte opvallend veel aandacht had voor personen en hun bagage op de terrassen en voor tasjes die vrouwen bij zich droegen. Als aanleiding voor de inzet van de loktelefoon (vanaf 17:00 uur voor de duur van maximaal 6 uren) is geverbaliseerd dat de verdachte al meerdere diefstallen had gepleegd bij winkels. Dat de verdachte terrassen afkeek en keek naar voorbijgangers, op een wijze die de verbalisanten ambtshalve voorkwam als zakkenrollersgedrag. Toen de verdachte na de diefstal van een broodje bij de [winkel 1] erg veel interesse vertoonde voor de open handtas van een vrouw besloot verbalisant [slachtoffer] de loktelefoon in te zetten. De loktelefoon is door [slachtoffer] in het voorvakje van haar schoudertas geplaatst die aan de linkerzijde van haar heup hing, op zo’n manier dat maar enkele centimeters van de telefoon zichtbaar waren.
Het doel van de inzet van de loktelefoon was om de onbekende dader(s) te kunnen traceren en aanhouden en het aantal zakkenrollerijen hierdoor te doen reduceren. In het centrum van Amsterdam, zo hebben de verbalisanten in hun proces-verbaal opgenomen, is het aantal diefstallen van onder andere
telefoons hoog. In de periode van 1 januari 2023 tot en met 9 mei 2023 is 1350 keer aangifte gedaan van zakkenrollerij in het centrum van Amsterdam. Veel toeristen, maar ook uitgaanspubliek worden van hun
telefoons bestolen.
Na plaatsing van de loktelefoon is gezien dat de verdachte keek naar de tas van verbalisant [slachtoffer] en dat hij, toen hij de telefoon zag, direct naar [slachtoffer] liep, heel erg dicht op haar ging staan, zijn rechterhand uitstak in de richting van de loktelefoon, deze pakte en vrij snel wegliep met de telefoon nog
in zijn rechterhand. Vervolgens is gezien dat de verdachte zijn hand in een winkelschap stopte.
Hierop is de verdachte aangehouden. De verdachte verklaarde: “Die telefoon die ik net van die vrouw had gepakt, die ligt tussen de producten. Ik had de telefoon gepakt, maar ik schrok van jullie. Ik heb de telefoon toen snel weggestopt tussen de producten bij de snoepafdeling”.
In zijn verhoor bij de politie (doorgenummerde p. 35-39 van het politiedossier) heeft de verdachte de diefstallen bekend en gezegd dat hij de spullen niet terug zou hebben gegeven als hij niet zou zijn gepakt door de politie. Over de telefoon heeft hij onder meer verklaard dat hij heel graag een telefoon wilde hebben omdat hij er niet een had en dat het stelen van de telefoon hem heel makkelijk leek.
Gelet op deze gang van zaken, waarbij de diefstal van de telefoon slechts een volgende diefstal in een reeks is geweest, is het hof van oordeel dat de verdachte niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht, terwijl ook de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. Dat de verdachte niet direct na de eerste door hem gepleegde diefstal is aangehouden, leidt niet tot een ander oordeel.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2023.
Mrs. Van Die, Jeltes en El Wali zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=
===
[…]