Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-10-27
ECLI:NL:GHAMS:2023:2660
Strafrecht
Hoger beroep
2,608 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000808-23
datum uitspraak: 27 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-301163-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met uitzondering van:
- de beslissing over de duur van de ISD-maatregel, die het hof op één jaar in plaats van twee jaar zal bepalen;
- de bepaalde tussentijdse toets, in het dictum verwoord als de bepaling dat het openbaar ministerie binnen vier maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;
en met dien verstande dat het hof de hiernavolgende overwegingen in de plaats stelt van de laatste drie alinea’s op bladzijde 5 van het vonnis:
“Gelet op wat hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat opnieuw aan de verdachte de ISD-maatregel moet worden opgelegd. Het hof ziet geen mogelijkheid om te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf of voorwaardelijke ISD met bijzondere voorwaarden. Hetgeen de raadsman in hoger beroep naar voren heeft gebracht brengt het hof niet tot een ander oordeel.
Wel ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de duur van de ISD-maatregel te beperken tot een jaar. Waar de verdachte ten tijde van het vonnis van de rechtbank ongeveer drie maanden in voorarrest had doorgebracht, is die periode inmiddels opgelopen tot bijna een jaar. Het doel van bescherming van de samenleving is met de oplegging bij dit arrest van de maatregel voor de duur van één jaar (nog steeds zonder aftrek van voorarrest) in toereikende mate gediend, omdat de samenleving als resultaat hiervan in elk geval gedurende bijna twee jaar van crimineel overlastgevend gedrag van de verdachte verschoond zal zijn. Tegelijkertijd biedt deze duur van de maatregel de verdachte perspectief om in dit jaar constructief te werken aan het op poten zetten van een stabiel leven. De verdachte heeft verklaard daarvoor zeer gemotiveerd te zijn, omdat zijn moeder zijn hulp hard nodig heeft. Ook heeft de verdachte verklaard berouw te hebben van zijn eerdere levenswandel en dat hij afstand heeft genomen van slechte dingen in zijn leven. Hij wil graag met de nodige begeleiding (zelf sprak de verdachte over [instelling] in [plaats]) deze positieve wending doorzetten. De verdachte maakt een gemotiveerde indruk om aan zichzelf te werken en daarbij de vereiste hulp te aanvaarden.
Bij het oordeel over de duur van de op te leggen ISD-maatregel heeft het hof ook acht geslagen op de aard en ernst van de door de verdachte gepleegde delicten. In de onderhavige strafzaak gaat het om een winkeldiefstal van drie flessen wijn.
Voor het nu bepalen van een tussentijdse toets ziet het hof bij de duur van de op te leggen ISD-maatregel geen aanleiding.”
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de oplegging van maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar en voor zover in het vonnis is bepaald dat het openbaar ministerie binnen vier maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel en doet in zoverre opnieuw recht.
Legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2023.
Mr. Van Die, Jeltes en El Wali zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000808-23
datum uitspraak: 27 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-301163-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met uitzondering van:
- de beslissing over de duur van de ISD-maatregel, die het hof op één jaar in plaats van twee jaar zal bepalen;
- de bepaalde tussentijdse toets, in het dictum verwoord als de bepaling dat het openbaar ministerie binnen vier maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;
en met dien verstande dat het hof de hiernavolgende overwegingen in de plaats stelt van de laatste drie alinea’s op bladzijde 5 van het vonnis:
“Gelet op wat hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat opnieuw aan de verdachte de ISD-maatregel moet worden opgelegd. Het hof ziet geen mogelijkheid om te volstaan met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf of voorwaardelijke ISD met bijzondere voorwaarden. Hetgeen de raadsman in hoger beroep naar voren heeft gebracht brengt het hof niet tot een ander oordeel.
Wel ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om de duur van de ISD-maatregel te beperken tot een jaar. Waar de verdachte ten tijde van het vonnis van de rechtbank ongeveer drie maanden in voorarrest had doorgebracht, is die periode inmiddels opgelopen tot bijna een jaar. Het doel van bescherming van de samenleving is met de oplegging bij dit arrest van de maatregel voor de duur van één jaar (nog steeds zonder aftrek van voorarrest) in toereikende mate gediend, omdat de samenleving als resultaat hiervan in elk geval gedurende bijna twee jaar van crimineel overlastgevend gedrag van de verdachte verschoond zal zijn. Tegelijkertijd biedt deze duur van de maatregel de verdachte perspectief om in dit jaar constructief te werken aan het op poten zetten van een stabiel leven. De verdachte heeft verklaard daarvoor zeer gemotiveerd te zijn, omdat zijn moeder zijn hulp hard nodig heeft. Ook heeft de verdachte verklaard berouw te hebben van zijn eerdere levenswandel en dat hij afstand heeft genomen van slechte dingen in zijn leven. Hij wil graag met de nodige begeleiding (zelf sprak de verdachte over [instelling] in [plaats]) deze positieve wending doorzetten. De verdachte maakt een gemotiveerde indruk om aan zichzelf te werken en daarbij de vereiste hulp te aanvaarden.
Bij het oordeel over de duur van de op te leggen ISD-maatregel heeft het hof ook acht geslagen op de aard en ernst van de door de verdachte gepleegde delicten. In de onderhavige strafzaak gaat het om een winkeldiefstal van drie flessen wijn.
Voor het nu bepalen van een tussentijdse toets ziet het hof bij de duur van de op te leggen ISD-maatregel geen aanleiding.”
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de oplegging van maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar en voor zover in het vonnis is bepaald dat het openbaar ministerie binnen vier maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel en doet in zoverre opnieuw recht.
Legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. van Die, mr. R. Kuiper en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. Z. el Wali, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2023.
Mr. Van Die, Jeltes en El Wali zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=
===
[…]