Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-08-16
ECLI:NL:GHAMS:2023:1958
Strafrecht
Hoger beroep
5,168 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000202-22
datum uitspraak: 2 augustus 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 januari 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-209934-20 (zaak A) en 15-164404-21 (zaak B) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 augustus 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
in zaak A:
1
hij op 07 juli 2020 te Hoorn, een scooter (merk Yamaha) en/of een of meer kledingstukken, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2primairhij op of omstreeks 13 juli 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland twee flessen parfum (Versace en/of Hugo Boss),althans een of meer parfumartikelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Drogisterij [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2subsidiair
hij op of omstreeks 13 juli 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om twee flessen parfum (Versace en/of Hugo Boss), althans een of meer parfumartikelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Drogisterij [naam] ,weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen door deze flessen parfum in zijn jaszak te stoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
in zaak B:
1
1.hij, op of omstreeks 22 juni 2021 te Enkhuizen, in elk geval in Nederland, een auto (Suzuki Alto, kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2
hij, op of omstreeks 22 juni 2021 te Enkhuizen, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een, gas-alarmrevolver voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
in zaak A:
1
hij op 7 juli 2020 te Hoorn, een scooter (merk Yamaha) en kledingstukken, die toebehoorden aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2primairhij op 13 juli 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland, twee flessen parfum (Versace en/of Hugo Boss), die toebehoorden aan Drogisterij [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
in zaak B:
1
1.hij op 22 juni 2021 te Enkhuizen, een auto (Suzuki Alto, kenteken [kenteken] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2
hij op 22 juni 2021 te Enkhuizen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een, gas-alarmrevolver voorhanden heeft gehad.
Hetgeen in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A, onder 1 en 2 primair, bewezenverklaarde levert telkens op:
diefstal.
Het in zaak B, onder 1, bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Het in zaak B, onder 2, bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte (bij verstek) voor het in zaak A, onder 1 en 2 primair en in zaak B, onder 1 en 2, bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 dagen met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan de diefstal van een scooter en van kledingstukken van het slachtoffer, met wie hij al ongeveer 15 jaren bevriend was. Nadat hij bij het slachtoffer had gelogeerd, is de verdachte bij hem vertrokken met deze goederen zonder dat hij toestemming van hem had deze mee te nemen. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer. Tevens heeft hij het vertrouwen van het slachtoffer geschaad dat hij in een dergelijk lange vriendschap had mogen stellen. Het hof rekent dit de verdachte aan. Met de gestolen scooter is de verdachte een paar dagen later naar een drogisterij gegaan, waar hij twee flessen parfum heeft gestolen. Aldus heeft de verdachte opnieuw inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht, ditmaal van de drogisterij.
Bijna één jaar later nam de verdachte wederom een verkeerde afslag in zijn leven.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-209934-20 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 15-164404-21 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-209934-20 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 15-164404-21 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. M.M.H.P. Houben en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 augustus 2023.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000202-22
datum uitspraak: 2 augustus 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 januari 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-209934-20 (zaak A) en 15-164404-21 (zaak B) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 augustus 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
in zaak A:
1
hij op 07 juli 2020 te Hoorn, een scooter (merk Yamaha) en/of een of meer kledingstukken, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2primairhij op of omstreeks 13 juli 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland twee flessen parfum (Versace en/of Hugo Boss),althans een of meer parfumartikelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Drogisterij [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2subsidiair
hij op of omstreeks 13 juli 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om twee flessen parfum (Versace en/of Hugo Boss), althans een of meer parfumartikelen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Drogisterij [naam] ,weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen door deze flessen parfum in zijn jaszak te stoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
in zaak B:
1
1.hij, op of omstreeks 22 juni 2021 te Enkhuizen, in elk geval in Nederland, een auto (Suzuki Alto, kenteken [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2
hij, op of omstreeks 22 juni 2021 te Enkhuizen, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een, gas-alarmrevolver voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
in zaak A:
1
hij op 7 juli 2020 te Hoorn, een scooter (merk Yamaha) en kledingstukken, die toebehoorden aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2primairhij op 13 juli 2020 te Venhuizen, gemeente Drechterland, twee flessen parfum (Versace en/of Hugo Boss), die toebehoorden aan Drogisterij [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
in zaak B:
1
1.hij op 22 juni 2021 te Enkhuizen, een auto (Suzuki Alto, kenteken [kenteken] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2
hij op 22 juni 2021 te Enkhuizen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een, gas-alarmrevolver voorhanden heeft gehad.
Hetgeen in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A, onder 1 en 2 primair, bewezenverklaarde levert telkens op:
diefstal.
Het in zaak B, onder 1, bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Het in zaak B, onder 2, bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte (bij verstek) voor het in zaak A, onder 1 en 2 primair en in zaak B, onder 1 en 2, bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A, onder 1 en 2 primair, en in zaak B, onder 1 en 2, tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 dagen met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich allereerst schuldig gemaakt aan de diefstal van een scooter en van kledingstukken van het slachtoffer, met wie hij al ongeveer 15 jaren bevriend was. Nadat hij bij het slachtoffer had gelogeerd, is de verdachte bij hem vertrokken met deze goederen zonder dat hij toestemming van hem had deze mee te nemen. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het slachtoffer. Tevens heeft hij het vertrouwen van het slachtoffer geschaad dat hij in een dergelijk lange vriendschap had mogen stellen. Het hof rekent dit de verdachte aan. Met de gestolen scooter is de verdachte een paar dagen later naar een drogisterij gegaan, waar hij twee flessen parfum heeft gestolen. Aldus heeft de verdachte opnieuw inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht, ditmaal van de drogisterij.
Bijna één jaar later nam de verdachte wederom een verkeerde afslag in zijn leven.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-209934-20 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 15-164404-21 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-209934-20 onder 1 en 2 primair en in de zaak met parketnummer 15-164404-21 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. M.M.H.P. Houben en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 augustus 2023.
De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.