Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2023-08-01
ECLI:NL:GHAMS:2023:1826
Civiel recht
Hoger beroep
2,772 tokens
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.306.921/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/691401 / DW RK 20/522
Dictum
inzake
[appellant]
,
gerechtsdeurwaarder te [vestigingsplaats] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de gerechtsdeurwaarder en klager genoemd.
1De zaak in het kort
Een collega van de gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een notariële akte. In dit kader is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Rabobank ten laste van klager. Klager stelt, onder meer, dat het beslag ten onrechte is gelegd en dat de gestelde vordering onjuist is. De kamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.
2Het verdere geding in hoger beroep
2.1.
In deze zaak heeft het hof op 21 februari 2023 een tussenbeslissing gegeven (ECLI:NL:GHAMS:2023:312). Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar die beslissing verwezen. Bij de tussenbeslissing heeft het hof bepaald dat de gerechtsdeurwaarder in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.
2.2.
Klager heeft op 4 april 2023 een verweerschrift bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is inhoudelijk behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 22 juni 2023. De gerechtsdeurwaarder is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klager is − hoewel daartoe op de juiste wijze opgeroepen en zonder bericht van verhindering – niet verschenen.
Feiten
Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan komen de feiten neer op het volgende:
3.1.
Een kantoorgenoot van de gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een notariële akte van 31 juli 2015.
3.2.
Bij brief van 28 april 2020 is klager gesommeerd tot betaling van de openstaande vordering over te gaan.
3.3.
Bij exploot van 23 juni 2020 is de grosse van de notariële akte van 31 juli 2015 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
3.4.
Op 31 augustus 2020 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Rabobank ten laste van klager.
4De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder hem al meermalen heeft bedreigd over een vordering die niet klopt en tevens ten onrechte beslag heeft gelegd, namelijk op basis van een erfpachtakte voor kavel 639, terwijl de canon voor dat kavel geheel was voldaan.
Beoordeling
5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager deels gegrond verklaard. Aan de gerechtsdeurwaarder is de maatregel van berisping opgelegd en hij is in de kosten veroordeeld.
5.2.
Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft de gerechtsdeurwaarder het verweer gevoerd dat de verweten gedragingen niet aan hem kunnen worden toegerekend. In het desbetreffende dossier van klager zijn door hem geen ambtshandelingen verricht en de zaak is evenmin onder zijn verantwoordelijkheid behandeld. Hij heeft de klacht enkel behandeld als interne klachtenfunctionaris. De klacht is daarom ongegrond, aldus de gerechtsdeurwaarder.
Verantwoordelijke gerechtsdeurwaarder
5.3.
Klager heeft in het inleidend klaagschrift een klacht ingediend tegen “[appellant] deurwaarder bij [bedrijf] ”. Daarmee heeft klager zijn klacht tegen een specifieke deurwaarder gericht. Doordat klager in zijn klacht niet een kantoor of een samenwerkingsverband, maar juist een specifieke gerechtsdeurwaarder als beklaagde heeft aangewezen staat het het hof niet vrij om ambtshalve te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) de klacht zich richt. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet betrokken is geweest bij de verweten gedragingen. Weliswaar heeft de gerechtsdeurwaarder ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij uit hoofde van zijn rol als klachtenfunctionaris van het kantoor wél in aanraking is geweest met klager, maar daarmee draagt hij nog geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Anders dan de kamer heeft geoordeeld treft de klacht tegen deze gerechtsdeurwaarder daarom geen doel.
5.4.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder in alle onderdelen ongegrond is. Voor de in eerste aanleg uitgesproken maatregel en de kostenveroordeling bestaat geen grond. Het hof zal de bestreden beslissing vernietigen.
Dictum
Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
en, in zoverre opnieuw beslissende:
- verklaart de tegen de gerechtsdeurwaarder gerichte klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, J.W.M. Tromp en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023 door de rolraadsheer.
Dictum
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.306.921/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/691401 / DW RK 20/522
Dictum
inzake
[appellant]
,
gerechtsdeurwaarder te [vestigingsplaats] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de gerechtsdeurwaarder en klager genoemd.
1De zaak in het kort
Een collega van de gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een notariële akte. In dit kader is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Rabobank ten laste van klager. Klager stelt, onder meer, dat het beslag ten onrechte is gelegd en dat de gestelde vordering onjuist is. De kamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.
2Het verdere geding in hoger beroep
2.1.
In deze zaak heeft het hof op 21 februari 2023 een tussenbeslissing gegeven (ECLI:NL:GHAMS:2023:312). Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar die beslissing verwezen. Bij de tussenbeslissing heeft het hof bepaald dat de gerechtsdeurwaarder in zijn hoger beroep kan worden ontvangen.
2.2.
Klager heeft op 4 april 2023 een verweerschrift bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is inhoudelijk behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 22 juni 2023. De gerechtsdeurwaarder is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klager is − hoewel daartoe op de juiste wijze opgeroepen en zonder bericht van verhindering – niet verschenen.
Feiten
Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan komen de feiten neer op het volgende:
3.1.
Een kantoorgenoot van de gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een notariële akte van 31 juli 2015.
3.2.
Bij brief van 28 april 2020 is klager gesommeerd tot betaling van de openstaande vordering over te gaan.
3.3.
Bij exploot van 23 juni 2020 is de grosse van de notariële akte van 31 juli 2015 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
3.4.
Op 31 augustus 2020 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Rabobank ten laste van klager.
4De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder hem al meermalen heeft bedreigd over een vordering die niet klopt en tevens ten onrechte beslag heeft gelegd, namelijk op basis van een erfpachtakte voor kavel 639, terwijl de canon voor dat kavel geheel was voldaan.
Beoordeling
5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager deels gegrond verklaard. Aan de gerechtsdeurwaarder is de maatregel van berisping opgelegd en hij is in de kosten veroordeeld.
5.2.
Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft de gerechtsdeurwaarder het verweer gevoerd dat de verweten gedragingen niet aan hem kunnen worden toegerekend. In het desbetreffende dossier van klager zijn door hem geen ambtshandelingen verricht en de zaak is evenmin onder zijn verantwoordelijkheid behandeld. Hij heeft de klacht enkel behandeld als interne klachtenfunctionaris. De klacht is daarom ongegrond, aldus de gerechtsdeurwaarder.
Verantwoordelijke gerechtsdeurwaarder
5.3.
Klager heeft in het inleidend klaagschrift een klacht ingediend tegen “[appellant] deurwaarder bij [bedrijf] ”. Daarmee heeft klager zijn klacht tegen een specifieke deurwaarder gericht. Doordat klager in zijn klacht niet een kantoor of een samenwerkingsverband, maar juist een specifieke gerechtsdeurwaarder als beklaagde heeft aangewezen staat het het hof niet vrij om ambtshalve te onderzoeken tegen welke gerechtsdeurwaarder(s) de klacht zich richt. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet betrokken is geweest bij de verweten gedragingen. Weliswaar heeft de gerechtsdeurwaarder ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij uit hoofde van zijn rol als klachtenfunctionaris van het kantoor wél in aanraking is geweest met klager, maar daarmee draagt hij nog geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Anders dan de kamer heeft geoordeeld treft de klacht tegen deze gerechtsdeurwaarder daarom geen doel.
5.4.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder in alle onderdelen ongegrond is. Voor de in eerste aanleg uitgesproken maatregel en de kostenveroordeling bestaat geen grond. Het hof zal de bestreden beslissing vernietigen.
Dictum
Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
en, in zoverre opnieuw beslissende:
- verklaart de tegen de gerechtsdeurwaarder gerichte klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, J.W.M. Tromp en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023 door de rolraadsheer.