Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2022-06-24
ECLI:NL:GHAMS:2022:2018
Strafrecht
Hoger beroep
1,128 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003521-18
datum uitspraak: 24 juni 2022
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-140239-18 tegen
[verdachte]
,
geboren te [verdachte],
adres: [adres]
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman van de verdachte heeft bij brief van 9 oktober 2018 een schriftelijke bijzondere volmacht verleend aan een medewerker ter griffie van de rechtbank Noord-Holland tot het instellen van hoger beroep namens de verdachte. Die zelfde dag is krachtens die volmacht hoger beroep ingesteld.
Het hof stelt vast dat voormelde schriftelijke bijzondere volmacht niet voldoet aan de daaraan in artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gestelde eisen, nu daarin niet door de verdachte een adres is opgegeven voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch de verdachte, noch een door haar op de voet van artikel 279 Sv gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep (ECLI:NL:HR:2017:2411).
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. L. Muyselaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 juni 2022.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003521-18
datum uitspraak: 24 juni 2022
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-140239-18 tegen
[verdachte]
,
geboren te [verdachte],
adres: [adres]
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman van de verdachte heeft bij brief van 9 oktober 2018 een schriftelijke bijzondere volmacht verleend aan een medewerker ter griffie van de rechtbank Noord-Holland tot het instellen van hoger beroep namens de verdachte. Die zelfde dag is krachtens die volmacht hoger beroep ingesteld.
Het hof stelt vast dat voormelde schriftelijke bijzondere volmacht niet voldoet aan de daaraan in artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gestelde eisen, nu daarin niet door de verdachte een adres is opgegeven voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch de verdachte, noch een door haar op de voet van artikel 279 Sv gemachtigde raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep (ECLI:NL:HR:2017:2411).
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. W.S. Ludwig, in tegenwoordigheid van mr. L. Muyselaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 juni 2022.