Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2019-10-24
ECLI:NL:GHAMS:2019:4257
Strafrecht
Hoger beroep
652 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000218-19
datum uitspraak: 24 oktober 2019
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-206176-18 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1980,
adres: [adres]).
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 oktober 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot de nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat er gebreken kleven aan de schriftelijke volmacht van de raadsman aan de griffiemedewerker tot het instellen van hoger beroep. Aan die volmacht worden bepaalde eisen gesteld – artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) – tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep teneinde problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen. Aan de aan een dergelijke volmacht te stellen eisen wordt in dezen niet voldaan. Zo ontbreekt de mededeling dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep en is bovendien namens de verdachte geen adres opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (artikel 450, derde lid, Sv). Nu de verdachte noch een op de voet van artikel 279 Sv gemachtigd raadsman ter terechtzitting is verschenen, komt het hof dientengevolge tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. V. Mul, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 oktober 2019.
HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2411; HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, NJ 2010/102.