Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2017-12-05
ECLI:NL:GHAMS:2017:5067
GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.227.595/01 SKG zaaknummer rechtbank Amsterdam : 6339815 KK 17-1018 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 december 2017 inzake [appellant] wonend te [woonplaats] , appellant, advocaat mr. M.J. Aantjes te Den Haag. tegen PHILIPS MEDICAL SYSTEMS NEDERLAND B.V. gevestigd te Best, geïntimeerde, advocaat: mr. M.B. Kerkhof te Amsterdam 1 Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] en Philips genoemd. [appellant] is bij dagvaarding van 15 november 2017 in turbospoedappel gekomen van het vonnis van de kantonrechter in kort geding (hierna: de voorzieningenrechter) van 2 november 2017 (hierna: het vonnis), gewezen tussen [appellant] als eiser en onder anderen Philips als gedaagde. De appeldagvaarding bevat vijf grieven en daarbij zijn producties gevoegd. Philips heeft daarna een memorie van antwoord ingediend, met producties. [appellant] heeft bij brief van 19 november 2017 gemeld hoe zijn vorderingen dienen te worden gelezen en gesteld dat hetgeen hij in de appeldagvaarding onder ‘de feiten’ had opgemerkt, ook als grief moet worden aangemerkt. [appellant] heeft nog nadere producties ingebracht. [appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende zijn vorderingen, zoals weergegeven bij brief van 19 november 2017, zal toewijzen. [appellant] vordert in hoger beroep, kort samengevat, Philips te veroordelen hem toe te laten tot zijn laatst uitgeoefende functie, ook na 1 januari 2018, met veroordeling van Philips in de door [appellant] gemaakte buitengerechtelijke kosten alsmede in de kosten van de procedure in beide instanties. Philips heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis met veroordeling van [appellant] (zo begrijpt het hof) in de proceskosten in hoger beroep. Partijen hebben de zaak ter zitting van 22 november 2017 doen bepleiten, door hun hierboven genoemde advocaten, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Tevens heeft [appellant] bij deze gelegenheid een stuk overgelegd met als kop “Conclusie” waarin hij zijn zienswijze geeft over de zaak. Ten slotte is arrest gevraagd. 2 Feiten Het hof gaat van het volgende uit. 2.1 [appellant] , thans 48 jaar oud, is werkzaam binnen het Philips concern sinds 11 februari 2002, vanaf 1 augustus 2010 voor Philips (geïntimeerde) op basis van een Expatriate Assignment Agreement (verder: Expatriate Agreement) tussen hem en Philips Medical Systems International B.V. (verder: Philips International). In artikel 5 van de Expatriate Agreement is bepaald: ‘ Upon termination of employment with the Company (Philips, hof), if Assignee ( [appellant] , hof) is not offered another assignment with a Philips Group company, Assignee will be returned to the Home Country on the terms and conditions set forth in the return guaranty letter issued by a Philips Group Company in the Home Country (toevoeging hof: de Verenigde Staten van Amerika). ’ 2.2 [appellant] vervulde bij Philips aanvankelijk de functie van vice president van de business unit Magnetic Resonance (MR) en sinds juli 2015 de functie van senior vice president van die businessunit. Het laatstgenoten bruto jaarsalaris bedraagt USD 358.800, inclusief vakantietoeslag. Daarnaast heeft [appellant] aanspraak op een jaarlijkse bonus van (op target niveau) 45% van zijn bruto jaarsalaris (gemiddeld USD 75.000,-) en een aanzienlijke LTI (longterm incentive). [appellant] heeft over de jaren 2013 tot en met 2016 de volgende beoordelingen ontvangen: 2013 ‘excellent’, 2014 ‘partially meets’, 2015 ‘solid’ en 2016 ‘exceeds’. 2.3 MR houdt zich bezig met ontwikkeling, productie, verkoop en serviceverlening van en aan MRI scan apparaten en maakt deel uit van de businessgroup Diagnostic Imaging (DI), tot 1 januari 2017 geleid door [X] en sinds 1 januari 2017 door [Y] (hierna: [Y] ). MR heeft een omzet van ruim € 1,5 miljard per jaar. 2.4 Bij brief van 5 januari 2016 heeft Philips Internati Grief II heeft betrekking op de overweging dat van iemand met een hooggeplaatste positie zoals [appellant] mag worden verwacht dat hij loyaal uitvoering geeft aan de gekozen strategie en dat [appellant] dat niet heeft gedaan. Grief III is gericht tegen de overweging dat het niet onbegrijpelijk is en niet in strijd is met goed werkgeverschap dat Philips besloten heeft [appellant] niet tot de einddatum in zijn functie te handhaven. Grief IV betreft de communicatie binnen de organisatie, waarvan de voorzieningenrechter heeft overwogen dat [appellant] daar aanvankelijk aan heeft meegewerkt. Grief V ziet op de proceskosten. Het hof overweegt als volgt. 4.2 [appellant] vordert zoals overwogen Philips te veroordelen (primair) tot nakoming van alle verplichtingen uit hoofde van de met Philips gesloten arbeidsovereenkomst, waaronder doorbetaling van het salaris en overige emolumenten, totdat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze tot een einde is gekomen, (subsidiair) dat de Expatriate Assignment Agreement na 31 december 2017 wordt verlengd en in alle gevallen Philips te veroordelen hem toe te laten tot zijn werkzaamheden als Business Leader (EL2) van de BU MR. Vast staat dat tussen [appellant] en Philips een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bestaat. Philips heeft niet het standpunt ingenomen dat deze arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op 31 december 2017, het einde van de periode waarop de Expatriate Assignment Agreement betrekking heeft. Evenmin heeft Philips op enigerlei wijze te kennen gegeven na 31 december 2017 de loonbetaling of andere arbeidsvoorwaarden te zullen stopzetten, eerder dan per de datum waarop de arbeidsovereenkomst met Philips eindigt. Het is daarom niet nodig Philips te veroordelen tot een dergelijke nakoming. De vordering daartoe zal daarom worden afgewezen. 4.3 [appellant] heeft niet onderbouwd welk belang hij heeft bij toekenning van zijn subsidiaire vordering, verlenging van de Expatriate Agreement, anders dan dat hij tewerkstelling wenst. De Expatriate Agreement is gesloten met Philips International, zodat Philips (geïntimeerde) niet kan worden veroordeeld tot voortzetting van die agreement na 31 december 2017, de periode waarvoor deze laatstelijk is aangegaan. De betreffende vordering zal worden afgewezen. 4.4 [appellant] wenst tewerkstelling in zijn functie van Business Leader (EL2) van de BU MR. Hij voert daartoe de volgende omstandigheden aan: ( i) hij heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met Philips; (ii) hij heeft steeds goede tot zeer goede beoordelingen gehad; (iii) door zijn schorsing op 17 juli 2017 lijdt hij reputatieschade; (iv) de schorsing vond abrupt plaats; ( v) bij voortijdige beëindiging van het dienstverband lijdt hij aanmerkelijke financiële schade, aangezien hij dan bonussen niet kan verzilveren; (vi) hij heeft belang bij voortgezette tewerkstelling, omdat zijn verblijfsvergunning daarvan afhankelijk is. [appellant] heeft overigens ter zitting verklaard dat hij naast de Amerikaanse ook de Franse nationaliteit bezit en dat hij daarom geen probleem heeft om in Europa te verblijven. Tegen enkele door Philips aangevoerde omstandigheden voert hij het volgende aan: (vii) hij heeft wel loyaal uitvoering gegeven aan de strategie van Philips MR en DI; (viii) hem is na zijn schorsing geen andere functie aangeboden; (ix) hij heeft weliswaar meegewerkt aan de communicatie rond zijn feitelijk vertrek, maar dat was omdat hij meende dat er geen alternatief was. 4.5 Philips heeft op deze omstandigheden als volgt gereageerd: ( i) het is juist dat [appellant] een arbeidsovereenkomst heeft voor onbepaalde tijd met Philips; dat neemt niet weg dat hij vanuit Philips International tijdelijk aan Philips was uitgeleend. De arbeidsvoorwaarden zoals [appellant] deze gedurende zijn gehele tewerkstelling in Nederland en bij Philips genoot, waren gebaseerd op een uitzending vanuit de VS; zo ontving hij een hogere LTI; (ii) het is juist dat [appellant] over het jaar 2016 een goede