ECLI:NL:GHAMS:2017:1237
1.1. Appellanten (hierna afzonderlijk: de kandidaat-notaris en de notaris, tezamen te noemen: de notarissen) hebben op 15 februari 2017 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de voorzitter van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 9 februari 2017.
1.2. De zaak is tegelijkertijd, maar niet gevoegd, met de zaak met nummer 200.206.984/01 NOT behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 maart 2017. De kandidaat-notaris en de gemachtigde zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnotitie.
1.3. Voor het einde van de terechtzitting op 30 maart 2017 heeft de gemachtigde van de notarissen het hoger beroep namens de notarissen ingetrokken.
Nu de notarissen het hoger beroep hebben ingetrokken, kunnen de notarissen niet in het hoger beroep worden ontvangen.
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.209.422/01 NOT
inzake
1. [kandidaat-notaris] ,
kandidaat-notaris te [plaats] ,
2. [notaris] ,
notaris te [plaats] ,
appellanten,
gemachtigde: mr. G.L. Maaldrink, advocaat te Den Haag.
Het hof verklaart de notarissen niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, J.M. de Jongh en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2017 door de rolraadsheer.