Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 1996-11-22
ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4349
Gerechtshof Amsterdam kenmerk P95/3987 GERECHTSHOF AMSTERDAM Twaalfde Enkelvoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst Particulieren P, de inspecteur. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is een beroepschrift ontvangen op 2 oktober 1995 gericht tegen de uitspraak van de inspecteur met dagtekening 23 augustus 1995 betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1994. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van f 45.511 en is bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak en vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van f 42.196. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak. Ter zitting van 22 oktober 1996 zijn verschenen belanghebbende en zijn echtgenote, tot bijstand vergezeld van A (Directeur van B), alsmede de inspecteur. Belanghebbende heeft ter zitting een schriftelijke verklaring doen overleggen van voornoemde A, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. De inspecteur heeft ervan kunnen kennisnemen en hij heeft zich erover kunnen uitlaten. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende, geboren in 1945, is gehuwd met X-Y. Hij was in 1994 als beheerder/plaatsvervangend bedrijfsleider werkzaam bij C, waar zijn loon f 64.995 (bruto) bedroeg. 2.2. Belanghebbende en zijn echtgenote hadden in 1994 al enige jaren in het kader van een studentenuitwisselingsprogramma steeds 16 tot 18 jarige kinderen uit een Zuid-Amerikaans land in hun gezin opgenomen. Het betrof doorgaans een verblijf van ongeveer elf maanden. 2.3. In 1994 waren D, geboren 17 mei 1976, afkomstig uit Equador, en E, geboren 17 september 1976, afkomstig uit Puerto Rico, in het gezin van belanghebbende opgenomen. Hun verblijf vond plaats in het kader van een uitwisselingsprogramma voor jongeren tussen 15 en 25 jaar van de vereniging B te F (verder: B). 2.4. B is een door de Inspecteur der registratie en successie aangewezen -zogenoemde algemeen maatschappelijk belang dienende- instelling als bedoeld in artikel 24, lid 4, van de Successiewet 1956. 2.5. Tot de stukken van het geding behoort een (onder 1. vermelde) schriftelijke verklaring van A, directeur van B, waarin onder meer het volgende is opgenomen: * B voert uitwisselingsprogramma's uit voor jongeren tussen de 15 en 25 jaar. * Doel van deze programma's is het bewerkstelligen van op het individu gericht interculturele leerervaringen. * (...) Deze jongeren worden door B ondergebracht bij gastgezinnen. * De gastgezinnen worden geacht gedurende dit jaar de jongeren kost en inwoning te bieden alsmede de opvoedende taken en de dagelijkse zorg van de natuurlijke ouders over te nemen. * Gastouders worden geacht op te treden als ouders, in de breedste zin van het woord, regels te stellen en te handhaven. De natuurlijke ouders wordt sterk afgeraden om, gedurende dit jaar, ongevraagd, opvoedende taken te vervullen of inzake hun houding of gedrag regels te stellen aan de studenten of de gastouders. * Hoewel de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor deelnemers aan ons ontvangend programma berust bij, zijn de gastouders belast met de dagelijkse zorg en opvoeding. * Gastouders zijn gedurende het jaar dat zij optreden als gastgezin, automatisch lid van de vereniging. 2.6. Bij het vaststellen van de aanslag heeft de inspecteur het belastbaar inkomen als volgt berekend: - aangegeven belastbaar inkomen f 38.286 - kosten levensonderhoud pleegkinderen (D en E, verblijf in 1994) f 3.315 - kosten levensonderhoud pleegkinderen (G en H, verblijf in 1992) f 3.110 - drempel overige buitengewone lasten f 800 - vastgesteld belastbaar inkomen f 45.511 3. Geschil Tussen partijen is in geschil of de door belanghebbende gemaakte kosten in verband me