Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-05-13
ECLI:NL:CRVB:2026:585
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,693 tokens
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:585 text/xml public 2026-05-15T14:30:00 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-05-13 25/1465 ZW Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:585 text/html public 2026-05-15T14:29:18 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:585 Centrale Raad van Beroep , 13-05-2026 / 25/1465 ZW Proceskostenveroordeling. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante. 25/1465 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 juni 2025, 24/1250 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 13 mei 2026 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. Het Uwv heeft op 13 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 november 2025 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 november 2025 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- in beroep (1 punt voor het indienen van een beroepschrift) en € 934,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een hoger beroepschrift). Totaal € 1.868,-. Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.868,-; bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van R.E. Vet als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander (getekend) R.E. Vet
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:585 text/xml public 2026-05-15T14:30:00 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-05-13 25/1465 ZW Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:585 text/html public 2026-05-15T14:29:18 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:585 Centrale Raad van Beroep , 13-05-2026 / 25/1465 ZW Proceskostenveroordeling. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante. 25/1465 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 juni 2025, 24/1250 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 13 mei 2026 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. Het Uwv heeft op 13 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 november 2025 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 november 2025 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- in beroep (1 punt voor het indienen van een beroepschrift) en € 934,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een hoger beroepschrift). Totaal € 1.868,-. Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.868,-; bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van R.E. Vet als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander (getekend) R.E. Vet