Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-04-01
ECLI:NL:CRVB:2026:481
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
2,863 tokens
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:481 text/xml public 2026-04-29T09:07:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-01 24/2323 ANW-PV Uitspraak Hoger beroep Proces-verbaal NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:481 text/html public 2026-04-29T09:02:43 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:481 Centrale Raad van Beroep , 01-04-2026 / 24/2323 ANW-PV Afwijzing ANW-uitkering. Ten tijde van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Geen aanspraak op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko. Niet aannemelijk dat sprake was van verzekering voor overlijden op grond van Marokkaanse socialezekerheidswetten. Het hoger beroep slaagt niet. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/2323 ANW-PV Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2024, 23/4646 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 1 april 2026 Zitting heeft: A. Hoogenboom Griffier: M. Dafir. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1946, woonde in Marokko en ontving een AOW -pensioen uit Nederland. Hij is op [datum] 2022 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd. 2. Met een besluit van 29 maart 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 5 juni 2023 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving. 3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. 4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt en de uitkering nodig heeft om haarzelf en haar familie te ondersteunen. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot een AOW-pensioen uit Nederland ontving. 5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Appellante kan verder op grond van het NMV geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat uit de gegevens van de Svb blijkt dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering. Het feit dat de echtgenoot van appellante een AOW-pensioen ontving maakt dat oordeel niet anders, nu dat geen criterium is voor het ontvangen van een ANW-uitkering. 6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat de Raad navraag heeft gedaan bij de Svb of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De Svb heeft een formulier MN/NM 205 dat door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale is opgesteld verstrekt. Daaruit blijkt dat geen sprake is van verzekerde tijdvakken in 2022. De Raad is van oordeel dat daarmee aannemelijk is dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor overlijden op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten, zodat appellante niet op die grond aanspraak kan maken op een ANW-uitkering. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt en de uitkering nodig heeft om zichzelf en haar familie te ondersteunen, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANWuitkering. 7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer De griffier is verhinderd te ondertekenen (getekend) A. Hoogenboom Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 avril 2026. Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré. Algemene ouderdomswet. Algemene nabestaandenwet. Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.
Volledig
ECLI:NL:CRVB:2026:481 text/xml public 2026-04-29T09:07:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-01 24/2323 ANW-PV Uitspraak Hoger beroep Proces-verbaal NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:481 text/html public 2026-04-29T09:02:43 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:481 Centrale Raad van Beroep , 01-04-2026 / 24/2323 ANW-PV Afwijzing ANW-uitkering. Ten tijde van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Geen aanspraak op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko. Niet aannemelijk dat sprake was van verzekering voor overlijden op grond van Marokkaanse socialezekerheidswetten. Het hoger beroep slaagt niet. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/2323 ANW-PV Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 2024, 23/4646 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 1 april 2026 Zitting heeft: A. Hoogenboom Griffier: M. Dafir. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1. Appellante woont in Marokko en is getrouwd geweest. Haar echtgenoot, geboren in 1946, woonde in Marokko en ontving een AOW -pensioen uit Nederland. Hij is op [datum] 2022 overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd. 2. Met een besluit van 29 maart 2023 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 5 juni 2023 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving. 3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. 4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt en de uitkering nodig heeft om haarzelf en haar familie te ondersteunen. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot een AOW-pensioen uit Nederland ontving. 5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Appellante kan verder op grond van het NMV geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat uit de gegevens van de Svb blijkt dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten. Appellante heeft daarom geen recht op een ANW-uitkering. Het feit dat de echtgenoot van appellante een AOW-pensioen ontving maakt dat oordeel niet anders, nu dat geen criterium is voor het ontvangen van een ANW-uitkering. 6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat de Raad navraag heeft gedaan bij de Svb of de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden verzekerd was voor dat risico op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten. De Svb heeft een formulier MN/NM 205 dat door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale is opgesteld verstrekt. Daaruit blijkt dat geen sprake is van verzekerde tijdvakken in 2022. De Raad is van oordeel dat daarmee aannemelijk is dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor overlijden op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetten, zodat appellante niet op die grond aanspraak kan maken op een ANW-uitkering. Het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt en de uitkering nodig heeft om zichzelf en haar familie te ondersteunen, maakt niet dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANWuitkering. 7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer De griffier is verhinderd te ondertekenen (getekend) A. Hoogenboom Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de M. Dafir en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 1 avril 2026. Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré. Algemene ouderdomswet. Algemene nabestaandenwet. Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.