Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-04-01
ECLI:NL:CRVB:2026:363
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
617 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CRVB:2026:363 text/xml public 2026-04-02T16:12:27 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-04-01 26/384 ONBEK Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:363 text/html public 2026-04-02T16:04:43 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:363 Centrale Raad van Beroep , 01-04-2026 / 26/384 ONBEK De Raad verklaart zich onbevoegd. Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, lid 7, Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld. 26/384 ONBEK Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 26/384 ONBEK Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2026, 25/5276 (aangevallen uitspraak) [appellant] te [woonplaats] (appellant) Datum uitspraak: 1 april 2026 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat dit appèlverbod buiten toepassing moet blijven. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.