Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-03-06
ECLI:NL:CRVB:2026:291
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
759 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CRVB:2026:291 text/xml public 2026-03-19T14:34:28 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-03-06 25/1918 ANW Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:291 text/html public 2026-03-19T14:33:23 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:291 Centrale Raad van Beroep , 06-03-2026 / 25/1918 ANW Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2025, 25/1185 Partijen: [appellant] te [woonplaats] , [gemeente] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 6 maart 2026 PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 4 oktober 2025 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 143,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 4 november 2025 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld kan worden. De termijn is verstreken en het griffierecht is niet betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.