Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-01-13
ECLI:NL:CRVB:2026:111
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
689 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CRVB:2026:111 text/xml public 2026-02-05T18:35:43 2026-02-04 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-01-13 25/1857 PW Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:111 text/html public 2026-02-04T16:37:42 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:111 Centrale Raad van Beroep , 13-01-2026 / 25/1857 PW Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Datum uitspraak: 13 januari 2026 25/1857 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 juli 2025, 23/8427 Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 7 oktober 2025 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 7 november 2025 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2026. (getekend) M. Wolfrat (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.