Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-04-02
ECLI:NL:CRVB:2025:537
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
990 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 2 april 2025
24/1544 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2024, 23/3686 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
In de uitspraak van 16 januari 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. A.B.B. Beelaard, advocaat, verzet gedaan.
Overwegingen
De Raad heeft het hoger beroep van appellante in de uitspraak van 16 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet zijn ontvangen.
In verzet geeft de gemachtigde van appellante aan dat de gronden wel tijdig zijn ingediend. De gemachtigde van appellante stuurt een bewijs van inzending via de digitale postkamer mee waaruit blijkt dat de gronden op 14 augustus 2024 tijdig bij de Raad zijn ingediend. Tevens dient de gemachtigde van appellante de gronden nogmaals in.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
16 januari 2025 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J.M. Labage
JL
Inleiding
Datum uitspraak: 2 april 2025
24/1544 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2024, 23/3686 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
In de uitspraak van 16 januari 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. A.B.B. Beelaard, advocaat, verzet gedaan.
Overwegingen
De Raad heeft het hoger beroep van appellante in de uitspraak van 16 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet zijn ontvangen.
In verzet geeft de gemachtigde van appellante aan dat de gronden wel tijdig zijn ingediend. De gemachtigde van appellante stuurt een bewijs van inzending via de digitale postkamer mee waaruit blijkt dat de gronden op 14 augustus 2024 tijdig bij de Raad zijn ingediend. Tevens dient de gemachtigde van appellante de gronden nogmaals in.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
16 januari 2025 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J.M. Labage
JL