Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-01-21
ECLI:NL:CRVB:2025:164
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,250 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 21 januari 2025
23/2973 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2022, CRvB 20/3092 PW
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (college)
Procesverloop
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 6 augustus 2024 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2022 (20/3092) niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft daartegen verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 11 november 2024.
Verzoeker is verschenen via Teams. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
Overwegingen
De uitspraak van de Raad van 6 augustus 2024 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat verzoeker bij e-mailbericht van 28 juli 2023 heeft verzocht om zijn post voortaan naar de [adres 2] te sturen. De nota voor het griffierecht is op 25 oktober 2023 verzonden naar het adres [adres 1] te [woonplaats] . De uitnodiging tot het betalen van het griffierecht is dus niet naar het juiste adres verzonden.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 6 augustus 2024 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verzoeker ontvangt een nieuwe uitnodiging voor het betalen van het griffierecht.
Voor een proceskostenveroordeling ter zake van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C.G. Okhuizen, in tegenwoordigheid van F. Sporrel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2025.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) F. Sporrel
Inleiding
Datum uitspraak: 21 januari 2025
23/2973 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2022, CRvB 20/3092 PW
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (college)
Procesverloop
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 6 augustus 2024 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2022 (20/3092) niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft daartegen verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 11 november 2024.
Verzoeker is verschenen via Teams. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
Overwegingen
De uitspraak van de Raad van 6 augustus 2024 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat verzoeker bij e-mailbericht van 28 juli 2023 heeft verzocht om zijn post voortaan naar de [adres 2] te sturen. De nota voor het griffierecht is op 25 oktober 2023 verzonden naar het adres [adres 1] te [woonplaats] . De uitnodiging tot het betalen van het griffierecht is dus niet naar het juiste adres verzonden.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 6 augustus 2024 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verzoeker ontvangt een nieuwe uitnodiging voor het betalen van het griffierecht.
Voor een proceskostenveroordeling ter zake van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C.G. Okhuizen, in tegenwoordigheid van F. Sporrel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2025.
(getekend) E.C.G. Okhuizen
(getekend) F. Sporrel