Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-09-03
ECLI:NL:CRVB:2025:1346
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
885 tokens
Inleiding
242188 WAZ-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 augustus 2024, 23/6851 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Hongarije (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 3 september 2025
Zitting heeft: W.R. van der Velde, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: J.A. Adjei-Asamoah
De Raad heeft het hoger beroep van appellant behandeld op een zitting van 3 september 2025. Namens appellant is verschenen mr. R.A. Remport Urban, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R.D. van den Heuvel.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 1 november 2023 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen de beslissing van 12 juni 2023, waarbij het Uwv heeft geweigerd appellant een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toe te kennen, ongegrond verklaard.
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn uitermate summier en niet of nauwelijks onderbouwd. Het zijn bovendien in essentie dezelfde gronden die appellant ook bij de rechtbank heeft aangevoerd.
De rechtbank heeft deze gronden besproken. De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen en voegt daar het volgende aan toe.
Appellant werkte vanaf 2019 als zelfstandige in Hongarije. Hij heeft tussen 2008 en 2017 verschillende perioden in Nederland gewerkt (in totaal zes jaar en zeven maanden). In 2021 is hij arbeidsongeschikt geworden.
Uit artikel 3, eerste lid, van de WAZ volgt dat de zelfstandige die na 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt wordt, niet verzekerd is en geen recht heeft op een uitkering op grond van de WAZ. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet einde toegang verzekering WAZ. Deze wet heeft tot doel zelfstandigen niet langer verplicht te verzekeren. Met de invoering van deze wet werd het voor zelfstandigen mogelijk zelf de keuze te maken zich al dan niet particulier te verzekeren.
Appellant heeft niet betwist dat een zelfstandige die na 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt is geworden, niet verzekerd is en geen recht heeft op een uitkering op grond van de WAZ.
Appellant heeft er op gewezen dat zijn echtgenote hem verlaten heeft met medeneming van zijn kinderen en dat hij door zijn ouders wordt onderhouden. Dat zijn voor appellant verdrietige omstandigheden, maar die maken niet dat hij daardoor recht heeft op een WAZuitkering.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 3 september 2025
De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
(getekend) J.A. Adjei-Asamoah (getekend) W.R. van der Velde