Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-07-28
ECLI:NL:CRVB:2025:1180
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Verzet
1,268 tokens
Inleiding
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 september 2023, 22/3350 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 28 juli 2025
Procesverloop
Bij uitspraak 16 januari 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet ingesteld.
De Raad heeft het verzet behandeld op een zitting van 30 juni 2025. Appellant is online verschenen en bijgestaan door zijn zus. Het Uwv is niet verschenen.
Overwegingen
De uitspraak van de Raad van 16 januari 2025 berust op de overwegingen dat appellant het griffierecht niet heeft betaald en het beroepschrift niet binnen de gestelde termijn is ingediend.
In verzet geeft appellant aan dat hij ziek is. Hij heeft schulden en geen inkomen. Sinds kort heeft appellant een bijstandsuitkering dit is volgens appellant niet voldoende om ook het griffierecht te betalen. Appellant geeft aan niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid om een verzoek tot betalingsonmacht in te dienen.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft ook op zitting niet kunnen uitleggen hoe het komt dat het beroepschrift te laat is ingediend. Verder had appellant op de hoogte kunnen zijn van de mogelijkheid een verzoek te doen tot ontheffing van de betaling van griffierecht; op deze mogelijkheid is hij in de brief van 10 januari 2024 (nota griffierecht) uitdrukkelijk gewezen.
Het verzet wordt ongegrond verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders in tegenwoordigheid van N. Phetkhoowiang als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2025.
(getekend) K.H. Sanders
(getekend) N. Phetkhoowiang
Inleiding
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 september 2023, 22/3350 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 28 juli 2025
Procesverloop
Bij uitspraak 16 januari 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet ingesteld.
De Raad heeft het verzet behandeld op een zitting van 30 juni 2025. Appellant is online verschenen en bijgestaan door zijn zus. Het Uwv is niet verschenen.
Overwegingen
De uitspraak van de Raad van 16 januari 2025 berust op de overwegingen dat appellant het griffierecht niet heeft betaald en het beroepschrift niet binnen de gestelde termijn is ingediend.
In verzet geeft appellant aan dat hij ziek is. Hij heeft schulden en geen inkomen. Sinds kort heeft appellant een bijstandsuitkering dit is volgens appellant niet voldoende om ook het griffierecht te betalen. Appellant geeft aan niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid om een verzoek tot betalingsonmacht in te dienen.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft ook op zitting niet kunnen uitleggen hoe het komt dat het beroepschrift te laat is ingediend. Verder had appellant op de hoogte kunnen zijn van de mogelijkheid een verzoek te doen tot ontheffing van de betaling van griffierecht; op deze mogelijkheid is hij in de brief van 10 januari 2024 (nota griffierecht) uitdrukkelijk gewezen.
Het verzet wordt ongegrond verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders in tegenwoordigheid van N. Phetkhoowiang als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2025.
(getekend) K.H. Sanders
(getekend) N. Phetkhoowiang