Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-07-02
ECLI:NL:CRVB:2025:1021
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
795 tokens
Inleiding
25/70 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 december 2024, 24/457 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 2 juli 2025
Procesverloop
Namens appellant heeft mr. M. Koolhoven, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 25 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 4 april 2025 heeft mr. Koolhoven het hoger beroep namens appellant ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. De kosten in verband met in bezwaar verleende rechtsbijstand zijn in het besluit van 25 maart 2025 al vergoed. Het Uwv is door de rechtbank al veroordeeld tot vergoeding van de kosten in beroep, zodat de Raad alleen nog moet oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een hoger beroepschrift).
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 907,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 143,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) S. Pouw