Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-11-14
ECLI:NL:CRVB:2024:2200
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,031 tokens
Inleiding
23/3182 AOW
Datum uitspraak: 14 november 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2023, 22/6208 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
De Raad concludeert dat appellant niets kan bereiken met het hoger beroep. Het hoger beroep van appellant wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Procesverloop
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 3 oktober 2024. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C. van der Voorn.
Overwegingen
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Met een besluit van 22 juni 2022 heeft de Svb bepaald dat een door appellant teveel ontvangen bedrag aan kinderbijslag in maandelijkse termijnen met het AOW-pensioen van appellant zal worden verrekend.
1.2.
Appellant heeft buiten de bezwaartermijn bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het bezwaar is met een besluit van 14 november 2022 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard, omdat volgens de Svb geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, omdat er wel sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank heeft de Svb opgedragen het bezwaar alsnog inhoudelijk te beoordelen.
Het standpunt van appellant
3. Appellant heeft aangevoerd dat het besluit van de Svb onjuist is en een nieuw besluit moet worden genomen.
Beoordeling
4. De Raad beoordeelt of de uitspraak van de rechtbank in stand kan blijven. Hij doet dit aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
4.1.
Zoals de Raad eerder heeft overwogen is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of (hoger)beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroepschrift nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.
4.2.
Met het hoger beroep wil appellant bereiken dat de Svb een nieuw besluit neemt. Dat doel kan niet meer worden bereikt, omdat de rechtbank de Svb al heeft opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Ook van een ander procesbelang voor appellant is de Raad niet gebleken. Dat betekent dat appellant geen belang heeft bij een oordeel van de Raad over het door hem ingestelde hoger beroep. Ter zitting heeft de Svb toegezegd uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank en zo snel mogelijk een nieuw besluit te zullen nemen.
Conclusie
4.3.
Het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak is niet-ontvankelijk.
5. Omdat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2024.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) S.S. Blok
Algemene ouderdomswet.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:887.