Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-10-30
ECLI:NL:CRVB:2024:2063
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
489 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 30 oktober 2024
24/31 WIA -V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 november 2013, 22/1510 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
In de uitspraak van 26 september 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. R.A.N.H. Theeuwen-Verkoeijen verzet gedaan.
Overwegingen
De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 26 september 2024
niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet zijn ontvangen.
In verzet geeft de gemachtigde van appellant aan dat de gronden wel tijdig zijn ingediend. De gemachtigde van appellant stuurt een bewijs van verzending via Zivver mee waaruit blijkt dat de gronden op 2 april 2024 tijdig bij de Raad zijn ingediend. Tevens dient de gemachtigde van appellant de gronden nogmaals in.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
26 september 2024 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J.M. Labage