Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-09-04
ECLI:NL:CRVB:2024:1744
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
978 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 4 september 2024
23/1487 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 maart 2023, 21/3224 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
Centraal Administratie Kantoor (CAK)
Procesverloop
[gemachtigde] heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Overwegingen
Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 24 maart 2023 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 9 mei 2023 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 8 mei 2023 ter post bezorgd.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 2 juni 2023 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
De gemachtigde van appellante heeft daarop bij brief van 27 juni 2023 geantwoord dat zij op 4 mei 2023 het hoger beroep heeft ingediend, wat – weliswaar op de laatste dag – binnen de wettelijke termijn valt.
Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In dat verband wordt overwogen dat de poststempel op de enveloppe van 8 mei 2023 is. Appellante heeft geen bewijsstukken overgelegd of op andere wijze kunnen aantonen dat zij het beroepschrift, zoals zij zelf stelt, al op 4 mei 2023 op de post heeft gedaan. Zij heeft ook geen redenen aangevoerd waarom zij het beroepschrift niet op 4 mei kon posten of eerder een beroepschrift kon indienen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 september 2024.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.