Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-05-24
ECLI:NL:CRVB:2024:1409
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
553 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 24 mei 2024
23/1986 en 23/1987 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 mei 2023, 20/2648 en 20/4257 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (college)
Procesverloop
In de uitspraak van 24 oktober 2023 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de uitgevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden zijn ingediend.
Appellant heeft op 31 oktober verzet ingediend.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 12 april 2024. Voor het college is mr. H.A.E. van Soest verschenen. Appellant is niet verschenen.
Overwegingen
In de uitspraak van de Raad van 24 oktober 2023 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden in het hogerberoepschrift ontbraken en deze niet alsnog binnen de in de brief van 14 augustus 2023 gestelde termijn zijn ingediend.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij wel degelijk gronden heeft ingediend, maar dat het wel vaker mis gaat met de post. De Raad constateert dat er geen gronden per post zijn binnengekomen.
Appellant heeft zijn standpunt dat hij gronden in hoger beroep heeft verzonden, niet met stukken onderbouwd. De Raad ziet in hetgeen appellant heeft aangevoerd geen reden om anders te beslissen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van A.M. Geurtsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) A.M. Geurtsen