Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-06-12
ECLI:NL:CRVB:2024:1210
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
665 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 12 juni 2024
22/1470 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 maart 2022, 21/1795
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland (college)
[betrokkene] uit [woonplaats] (betrokkene)
Procesverloop
Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Bij brief van 3 april 2024 heeft het college het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. R. Verspaandonk, advocaat, verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft bij digitaal bericht van 14 mei 2024 gereageerd op het verzoek.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Vastgesteld wordt dat het college het hoger beroep heeft ingetrokken, omdat het hoger beroep alleen nog een principieel belang zou dienen.
Het college is bij de uitspraak van de rechtbank reeds veroordeeld in de door betrokkene gemaakte kosten in bezwaar en beroep. Anders dan wat het college bij digitaal bericht van14mei 2024 stelt, dient het college de door betrokkene gemaakte kosten in hoger beroep nog wel te vergoeden.
Gelet hierop wordt het college veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verweerschrift).
Dictum
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen