Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-06-19
ECLI:NL:CRVB:2024:1180
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,049 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 19 juni 2024
22/2009 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
11 mei 2022, 21/1815 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellante heeft mr. J.J. Bakker hoger beroep ingesteld. Appellante heeft een rapport van medisch adviesbureau Triage, opgesteld door verzekeringsarts M.J. Gerritze, ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2023. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Bakker. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.
De Raad heeft het onderzoek heropend en dr. H.N. Sno, psychiater, als deskundige benoemd.
Op 28 juli 2023 heeft de deskundige een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 1 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 19 februari 2024 heeft mr. Bakker namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht Uwv te veroordelen in de proceskosten, bestaande uit kosten voor de aan appellante verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en de kosten van het rapport van verzekeringsarts Gerritze.
Het Uwv heeft niet gereageerd op het verzoek om veroordeling in de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 1 november 2023 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordeling in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 2.187,50 in hoger beroep (1 punt voor indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de reactie op het deskundigenrapport), in totaal € 3.937,50 voor verleende rechtsbijstand. Ook komt voor vergoeding in aanmerking de door appellante gemaakte reiskosten voor het bijwonen van de zitting in hoger beroep van € 26,26.
De gemaakte kosten van € 1.512,50 in verband met het overgelegde medisch advies van Triage, komen voor vergoeding in aanmerking. Tot slot komt voor vergoeding in aanmerking de factuur in verband met informatieverstrekking door [naam zorggroep] van € 92,76.
In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 5.569,02.
Ook moet het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 5.569,02;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van N. ter Heerdt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2024.
(getekend) E.W. Akkerman
(getekend) N. ter Heerdt