Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-11-24
ECLI:NL:CRVB:2023:2279
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
540 tokens
Inleiding
22 1823 AOW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 april 2022, 21/3527 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 24 november 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: L.C. van Bentum
Op de zitting is niemand verschenen.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 30 juni 2023 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellante heeft verzet gedaan.
In het verzetschrift voert appellante aan dat zij het griffierecht niet heeft kunnen betalen omdat zij de nota buiten de gestelde termijn zou hebben ontvangen. Appellante heeft geen stukken in geding gebracht waaruit zou blijken dat de nota dan wel de aangetekende rappel te laat ontvangen zouden zijn.
Appellante heeft niet voldoende heeft gemotiveerd waarom zij niet in staat is geweest het griffierecht tijdig te betalen. Zij heeft niet onderbouwd dat zij de nota’s te laat heeft ontvangen. Om die reden kan de Raad in dit geval niet anders dan oordelen dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) J. C. Boeree