Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-09-12
ECLI:NL:CRVB:2023:1732
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
623 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 12 september 2023
22/2384 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2022, 21/2608 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Procesverloop
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 12 juli 2023 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. T. Erdal verzet gedaan.
Overwegingen
De uitspraak van de Raad van 12 juli 2023 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft de gemachtigde van appellante aangevoerd dat op 22 november 2022 een aangetekende brief is ontvangen met een herinnering voor de betaling van het griffierecht. Vervolgens is het griffierecht nog op dezelfde dag betaald.
Uit onderzoek van de Raad is gebleken dat het verschuldigde griffierecht inderdaad binnen de gestelde termijn is voldaan. Op 24 november 2022 is het griffierecht abusievelijk teruggestort.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard. De uitspraak van de Raad van 12 juli 2023 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 418,50 voor verleende rechtsbijstand.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep:
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het college in de kosten van het verzet van appellante tot een bedrag van
€ 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van M.S. Autar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 september 2023.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) M.S. Autar