Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-08-10
ECLI:NL:CRVB:2023:1549
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Hoger beroep
1,656 tokens
Inleiding
22 3394 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 september 2022, 21/7770 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats 1] ( Duitsland ) (appellant)
de korpschef van politie (korpschef)
Datum uitspraak: 10 augustus 2023
Procesverloop
Met een besluit van 23 april 2021 heeft de korpschef het verzoek van appellant om te worden geplaatst op de functie van senior Intake & Service afgewezen. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar de korpschef is met een besluit van 22 oktober 2021 (bestreden besluit) bij de afwijzing gebleven.
Appellant heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Namens appellant heeft mr. A. Schippers, advocaat, hoger beroep ingesteld. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 29 juni 2023. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Schippers. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.H.G.M. van den Boomen-Meeuwissen.
Overwegingen
Samenvatting
Appellant heeft verzocht geplaatst te worden op de functie van senior Intake & Service. Omdat dit verzoek buiten de reactietermijn was, heeft de korpschef dit verzoek afgewezen. Appellant is het hiermee niet eens. Hij vindt dat de korpschef niet volgens de procedure van TTW ‘om het werk gedaan te krijgen’ (TTW) heeft gehandeld, waardoor hij ten onrechte niet is geplaatst. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De Raad is van oordeel dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Dit betekent dat de afwijzing van het verzoek in stand blijft.
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant werkt bij de politie in de functie van Generalist Gebiedsgebonden Politie bij het basisteam [regio]. In de periode van 9 maart 2021 tot en met 30 maart 2021 is in dit basisteam de functie van senior Intake & Service met toepassing van TTW opengesteld voor sollicitatie. In deze periode heeft appellant niet gesolliciteerd. Met zijn brief van 14 april 2021 heeft appellant de korpschef verzocht hem te plaatsen op de functie van senior Intake & Service.
1.2.
Met een besluit van 23 april 2021 heeft de korpschef appellant geïnformeerd dat plaatsing op de functie niet aan de orde is. Appellant is geen preferente kandidaat en heeft niet binnen de gestelde termijn gesolliciteerd.
1.3.
Met een besluit van 22 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft de korpschef het bezwaar van appellant tegen de afwijzing ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank is van oordeel dat de korpschef op een juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de TTW.
Het standpunt van appellant
3. In de kern komt het hoger beroep erop neer dat appellant van mening is dat de TTW door de korpschef niet op juiste wijze is toegepast en dat hij bij een juiste toepassing zou zijn geplaatst in de functie.
Beoordeling
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank het bestreden besluit om de afwijzing van het verzoek tot plaatsing in de functie van senior Intake & Service van appellant te handhaven terecht in stand heeft gelaten. Hij doet dat aan de hand van de argumenten die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4.1.
De TTW is een beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Partijen zijn het er over eens dat de TTW van toepassing is. In de TTW is beschreven op welke wijze vacante functies tijdelijk gevuld kunnen worden met geschikte interne kandidaten zodat geen sprake is van toename van de overbezetting van de formatie als geheel. Hiertoe worden onder meer twee stappen onderscheiden. De voorkeur gaat uit naar vulling op vrijwillige basis (stap 1). Mocht dit niet tot het gewenste resultaat leiden dan kunnen teams opdracht krijgen om een kandidaat te leveren (stap 2). Voorts is bepaald dat iedere procedure start met een sollicitatie, overeenkomstig het beleid Werving & Selectie.
4.2.
Vast staat dat de sollicitatiebrief van appellant, gedateerd 14 april 2021, twee weken na de sluitingsdatum van de sollicitatietermijn op 30 maart 2021, is verzonden en ontvangen. De Raad ziet in de TTW of anderszins geen verplichting voor de Korpschef om de sollicitatie van appellante na de sluiting van de termijn nog in behandeling te nemen.
4.3.
De korpschef heeft daarom het verzoek van appellant om te worden geplaatst op de functie van senior Intake & Service terecht op deze grond afgewezen en een juiste toepassing gegeven aan de TTW.
Conclusie
4.4.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de plaatsing in stand blijft.
5. Appellant krijgt daarom geen vergoeding voor zijn proceskosten. Hij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter en L.M. Tobé en J.C.F. Talman als leden, in tegenwoordigheid van R.R. Olde Engberink als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2023.
(getekend) J.J.T. van den Corput
(getekend) R.R. Olde Engberink
Artikel 1:3, vierde lid, Awb: Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.