Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-07-18
ECLI:NL:CRVB:2023:1444
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
608 tokens
Inleiding
23500 WMO, 23/631 PW, 23/632 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de verzoeken om herziening van de uitspraken van de Raad van 19 april 2022, 20/217, 21/128 en 21/1594
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het college van burgemeester en wethouders van Schagen (college)
Datum uitspraak: 18 juli 2023
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023. Verzoekster is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door F.D. van Otegem-Wijers en M.W.J. Poulie-Van Bommel.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart de verzoeken om herziening niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet degene die een verzoek om herziening indient griffierecht betalen.
Op 17 en 22 februari 2023 zijn er daarom brieven aan verzoekster verstuurd waarin staat dat zij binnen 28 dagen voor iedere zaak € 136,- griffierecht moet betalen.
Op 20 en 25 maart 2023 zijn aangetekende brieven aan verzoekster verstuurd, waarin staat dat zij de verschuldigde bedragen binnen vier weken moet betalen. In die brieven staat ook dat als zij dat niet doet, zij er dan rekening mee moet houden dat de verzoeken om herziening niet inhoudelijk behandeld zullen worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Dat wil zeggen dat verzoekster voor het niet betalen van griffierecht geen goede reden heeft gegeven.
De verzoeken om herziening zijn daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) J.T.H. Zimmerman
Artikel 8:41 van de Awb in verbinding met artikel 8:119 van de Awb.