Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-07-18
ECLI:NL:CRVB:2023:1374
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
599 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 18 juli 2023
21/2432 PW, 21/2468 PW, 21/2469 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 mei 2021, 20/1382 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade (college)
[betrokkene 1] te [woonplaats 1] en [betrokkene 2] te [woonplaats 2] (betrokkenen)
Procesverloop
Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkenen heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld en een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 27 februari 2023 heeft mr. Gans het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 6 maart 2023 heeft het college het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkenen heeft mr. Gans verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die betrokkenen in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. De kosten worden in overeenstemming met wat partijen hierover onderling zijn overeengekomen begroot op € 837,-.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2023.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) A. Giesen