Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2017-08-04
ECLI:NL:CRVB:2017:2702
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Herziening
967 tokens
Inleiding
16/4402 ANW
Datum uitspraak: 4 augustus 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 juni 2016, 15/5508
Partijen:
[Verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Verzoekster heeft bij een op 5 juli 2016 door de Raad ontvangen brief verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2201.
De Svb heeft op dit verzoek om herziening gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2017. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.
Overwegingen
1. Bij de uitspraak van 15 juni 2016, waarvan nu herziening wordt verzocht, heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2015, 14/7830, waarbij het beroep van verzoekster tegen de weigering van de Svb om aan haar een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen, ongegrond is verklaard.
2. De Raad overweegt als volgt.
2.1.
Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2.
Van degene die om herziening van een uitspraak vraagt, mag volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 2 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1702) worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een verzoek om herziening wordt in de regel geacht onredelijk laat te zijn ingediend, indien het verzoek is ingediend meer dan één jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.
2.3.
In dit geval is het verzoek om herziening niet onredelijk laat ingediend.
2.4.
Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar verzoek naar voren gebracht dat haar overleden echtgenoot dacht dat hij automatisch verzekerd was voor de ANW, dat de Svb geen informatie heeft verstrekt met betrekking tot de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering af te sluiten en dat verzoekster bereid is de premies voor de vrijwillige verzekering met terugwerkende kracht te betalen. Dit zijn geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb.
2.5.
Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 8 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4412) dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te redresseren.
2.6.
Dit betekent dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2017.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) N. van Rooijen
KP