Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2014-01-17
ECLI:NL:CRVB:2014:78
Bestuursrecht
Datum uitspraak: 17 januari 2014 13/528 WWB-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 19 december 2012, 12/824 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant]te [woonplaats] (appellant) het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 juli 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 16 juli 2013 heeft appellant verzet gedaan. De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2014. (getekend) T.G.M. Simons (getekend) D.W.M. Kaldenhoven NW De uitspraak van de Raad van 16 juli 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 21 maart 2013 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet is daarom gegrond. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 16 juli 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.