Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-02-10
ECLI:NL:CBB:2026:45
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/113 uitspraak van de meervoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen Youca B.V., te Hilversum (gemachtigde: mr. P.J. Kreijger) en de Autoriteit Consument en Markt (gemachtigden: mr. dr. A.N. Vroege, mr. J. Schutte en mr. L.H. Partiman) met als derde partijenVodafoneZiggo Group B.V., te Utrecht en VodafoneZiggo Group Holding B.V., te Amsterdam (gemachtigden: mr. W. Knibbeler, mr. A.A.J. Pliego Selie en mr. T. Heystee) en Koninklijke KPN N.V. en KPN B.V. , te Rotterdam (gemachtigden: mr. D. de Nijs-Klein, mr. G.P. van Duijvenvoorde en ir. F.H. Fleuren) Procesverloop Op 12 december 2023 heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) het marktanalysebesluit lokale toegang genomen. Youca heeft tegen het marktanalysebesluit beroep ingesteld en VodafoneZiggo en KPN zijn als derde partijen aangemerkt in deze procedure. De ACM heeft een verweerschrift ingediend. VodafoneZiggo heeft een zienswijze ingediend. Ten aanzien van een aantal stukken die de ACM verplicht is over te leggen heeft zij medegedeeld dat uitsluitend het College daarvan kennis zal mogen nemen. Bij beslissing van 10 juli 2025 heeft het College de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd geacht. Youca, VodafoneZiggo en KPN hebben het College toestemming verleend om mede op grondslag van die stukken uitspraak te doen. Youca heeft nadere stukken ingediend. De zitting was op 26 september 2025. Aan de zitting heeft namens Youca deelgenomen T.F. Jelgersma, bijgestaan door de gemachtigde. Namens de ACM hebben deelgenomen haar gemachtigden. Daarnaast hebben namens de ACM mr. dr. O.F. Essens, G. Salvo MSc, ir. T. van der Gaast en mr. ing. R. Leijenaar deelgenomen. Namens VodafoneZiggo en KPN hebben deelgenomen hun gemachtigden. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1.1 Met de uitspraak van 17 maart 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:177) heeft het College het marktanalysebesluit ontbundelde toegang (WFA-besluit) van de ACM uit 2018 vernietigd. Daarmee is alle regulering op de markt voor lokale toegang komen te vervallen. Medio 2020 is de ACM een nieuw onderzoek gestart naar de noodzakelijkheid van regulering op basis van de Telecommunicatiewet (Tw) en/of ingrijpen op basis van de Mededingingswet (Mw). Op basis van dit onderzoek voorzag de ACM marktrisico’s in de toegangsvoorwaarden van KPN en het glasvezelbedrijf Glaspoort (een gezamenlijke onderneming van KPN en een onderdeel van het ABP) op de wholesalemarkt. Op 9 juli 2021 heeft de ACM aangekondigd dat zij een marktanalysebesluit zou gaan opstellen. Eind 2021 hebben KPN en Glaspoort aangegeven toezeggingen te willen doen om de door de ACM vastgestelde marktrisico’s weg te nemen. In maart 2022 hebben KPN en Glaspoort hun toezeggingen voorgelegd aan de ACM. De ACM heeft deze toezeggingen met haar besluit van 25 augustus 2022 bindend verklaard. In september 2022 heeft de ACM haar onderzoek ten behoeve van het marktanalysebesluit hervat en de toezeggingen daarbij als nieuw gegeven betrokken. Op 12 december 2023 heeft de ACM het in deze procedure bestreden marktanalysebesluit lokale toegang genomen. In dit besluit heeft de ACM – kort samengevat – op de onderzochte geografische retailmarkten geen risico op aanmerkelijke marktmacht (AMM) vastgesteld en geconcludeerd dat deze retailmarkten voldoende concurrerend zijn of worden tijdens de reguleringsperiode. Op grond daarvan ziet de ACM geen aanleiding om de markt voor lokale wholesaletoegang verder te onderzoeken. 1.2 Youca is opgericht met als doel internetdiensten aan te bieden over het kabelnetwerk van VodafoneZiggo. De onderneming heeft geen andere activiteiten. Tot op heden heeft Youca geen toegang (gekregen) tot het kabelnetwerk van VodafoneZiggo. Zodra zij toegang krijgt tot het kabelnetwerk, zal Youca starten met haar activiteiten. Youca heeft daarvoor een ondernemingsplan opgesteld. Omdat uit het marktanalysebesluit volgt dat de markt voor lokale toegang niet gereguleerd hoeft te worden, bestaat er Daarbij heeft zij de postcodegebieden (cijfers en letters) als geografische basisunit gekozen. Zij heeft deze gebieden geanalyseerd en gebieden met gemeenschappelijke kenmerken samengevoegd op grond van a) het aantal netwerken, b) marktaandelen, c) prijzen en d) gedragspatronen. Op basis van deze analyse identificeert de ACM vijf geografische markten: I) Glasvezelnetwerk KPN/Glaspoort, II) Glasvezelnetwerk derden – stedelijk, III) Glasvezelnetwerk derden – buitengebieden, IV) Kabelnetwerk, en V) Kopernetwerk KPN. 3.2 Op deze vijf markten heeft de ACM onderzocht of er een risico op aanmerkelijke marktmacht (AMM) bestaat. Daartoe heeft de ACM de marktaandelen op de retailmarkt onderzocht, maar ook andere factoren meegewogen. De analyse is een prospectieve beoordeling van de concurrentiesituatie op de retailmarkt voor vaste internettoegangsdiensten in de periode tot en met 2028. Op markt I concludeert de ACM dat er geen risico op AMM bestaat voor KPN door de wholesaletoegang die KPN en Glaspoort bieden. Deze toegang wordt aangeboden op basis van de door de ACM bindend verklaarde toezeggingen. Op markt II concludeert de ACM dat er geen risico op AMM bestaat voor VodafoneZiggo vanwege het relatief lage marktaandeel en het feit dat alternatieve glasvezelaanbieders wholesaletoegang bieden tot hun netwerken waarmee toegangsvragers effectief kunnen concurreren op de retailmarkt. Op markt III concludeert de ACM dat er mede vanwege het lage marktaandeel van KPN op het kopernetwerk en de wholesaletoegang van alternatieve glasvezelaanbieders geen aanleiding is om het risico op AMM verder te onderzoeken. Op markt V concludeert de ACM dat er geen risico op AMM bestaat voor KPN op zijn kopernetwerk door de verwachting dat binnen de reguleringsperiode in deze markt grotendeels glasvezel zal worden uitgerold. Op markt IV concludeert de ACM dat er in de actuele concurrentiesituatie indicaties zijn die duiden op een minder concurrerende markt door het ontbreken van glasvezelalternatieven. De concurrentievoordelen van VodafoneZiggo in deze markt nemen volgens de ACM echter af door de grootschalige uitrol van open glasvezelnetwerken in Nederland. De concurrentiesituatie zal naar verwachting tenderen naar de concurrentiesituatie op markten I en II. Op grond van deze prospectieve analyse concludeert de ACM dat markt IV binnen de reguleringsperiode naar verwachting effectief concurrerend zal worden en dat er daarom geen risico is dat VodafoneZiggo in deze markt beschikt over AMM. Beoordeling door het College Het Toezeggingenbesluit 4.1 Youca voert ten eerste aan dat de ACM ten onrechte het Toezeggingenbesluit heeft betrokken in de marktanalyse en vervolgens aan dat besluit ook een onjuiste en doorslaggevende betekenis heeft toegekend. Het Toezeggingenbesluit is volgens Youca geen formele beperking voor ex ante regulering op grond van het AMM-instrumentarium. Met name de overweging van de ACM dat het Toezeggingenbesluit zou laten zien dat het mededingingsrecht op zichzelf voldoende is om vastgesteld marktfalen aan te pakken, zodat niet aan het derde criterium van artikel 6a.1, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Tw voor regulering van de WLA-markt is voldaan, is volgens Youca niet juist. De WLA-markt is een door de Europese Commissie aangewezen markt waarvoor geldt dat het uitgangspunt is dat aan alle drie criteria is voldaan. Dat de nationale regelgevende instantie op grond van artikel 67 van Richtlijn 2018/1972 kan constateren dat onder de specifieke nationale omstandigheden aan één of meer van die criteria niet is voldaan, maakt de conclusie in dit geval niet anders. De ACM heeft namelijk onvoldoende onderbouwd waarom in dit geval het mededingingsrecht voldoende is om vastgesteld marktfalen aan te pakken. Bovendien wordt door het Toezeggingenbesluit het generieke mededingingsrecht nu ten onrechte ingezet als ex ante regulering. Youca betoogt verder dat de ACM vanwege de modified greenfield benadering het Toezeggingenbesluit buiten de beoordeling h 5.2 Het College stelt voorop dat – zoals door de ACM terecht is aangevoerd en zoals ook volgt uit considerans 29 van Richtlijn 2018/1972 – het de bedoeling van AMM-regulering is om specifieke sectorregels ex ante meer terug te brengen naarmate de concurrentie in de markt zich ontwikkelt, en ervoor te zorgen dat elektronische communicatie uiteindelijk volledig wordt geregeld door het mededingingsrecht. De onderzoeken die de ACM vanaf medio 2020 uitvoerde, hadden dan ook twee invalshoeken: is regulering op basis van de Tw noodzakelijk en/of kan ingrijpen op grond van het mededingingsrecht (ook) uitkomst bieden? Uit de onderzoeken kwam naar voren dat KPN en Glaspoort mogelijk misbruik maakten van een economische machtspositie die zij zouden bezitten op de wholesalemarkt voor lokale toegang tot koper- en glasvezelnetwerken. De keuze om deze marktrisico’s te ondervangen door middel van het bindend verklaren van toezeggingen van KPN en Glaspoort over de wholesale toegangsvoorwaarden op grond van artikel 12h van de Instellingswet ACM is een keuze voor het tweede spoor van de onderzoeken: het regelen van de markt op basis van het mededingingsrecht. Dat is in lijn met de door de Richtlijn 2018/1972 beoogde transitie naar een markt waarin de concurrentie op de markt door het mededingingsrecht wordt geregeld. Marktingrijpen op basis van het mededingingsrecht heeft effect op het functioneren van de markt in de toekomst. Daarom moet het Toezeggingenbesluit worden betrokken bij beantwoording van de vraag of de kenmerken van de markt voor lokale toegang op wholesaleniveau op een vaste locatie zodanig zijn dat het gerechtvaardigd is om de in Richtlijn 2018/1972 vastgestelde regelgevingsverplichtingen op te leggen.De inhoudelijke beoordeling van de conclusie van de ACM dat het mededingingsrecht (in de vorm van het Toezeggingenbesluit) voldoende is om het vastgestelde marktfalen adequaat aan te pakken (en dat dus niet is voldaan aan het derde criterium voor AMM-regulering), komt aan bod bij de beoordeling van de door de ACM uitgevoerde concurrentieanalyse. 5.3 Het College ziet ook geen grond voor het oordeel dat de modified greenfield benadering met zich meebrengt dat de ACM het Toezeggingenbesluit buiten de beoordeling had moeten laten. Zoals het College in de uitspraak van 17 maart 2020 in 5.4 heeft overwogen, dient de ACM bij het toepassen van de modified greenfield benadering te abstraheren van bestaande toegangsregulering. Anders dan Youca veronderstelt, gaat het daarbij om AMM-regulering en niet om toezeggingen die op grond van het generieke mededingingsrecht bindend zijn verklaard. Zoals het College heeft overwogen in de uitspraken van 17 juli 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:218) en 17 maart 2020 moet in de modified greenfield benadering rekening worden gehouden met de in de markt gesloten vrijwillige overeenkomsten, tenzij die enkel onder dreiging van regulering tot stand zijn gekomen. In dit geval heeft de ACM aangekondigd een onderzoek te starten op grond van de Mw en een marktanalyse te starten op grond van de Tw. Voor zover de toezeggingen al niet vrijwillig tot stand zouden zijn gekomen, zijn die, zoals blijkt uit het Toezeggingenbesluit onder 12-14, gedaan naar aanleiding van het onderzoek naar een mogelijk misbruik van een machtspositie. Zonder nadere onderbouwing kan niet geconcludeerd worden dat sprake is van toezeggingen die tot stand zijn gekomen onder dreiging van AMM-regulering. Ook om die reden was de ACM dus gehouden in de marktanalyse rekening te houden met het Toezeggingenbesluit. De beroepsgrond van Youca slaagt niet. De betwisting door Youca van de grondslag van het Toezeggingenbesluit onder verwijzing naar artikel 6a.4e van de Tw, kan in deze procedure niet aan de orde komen omdat hier het marktanalysebesluit en niet het Toezeggingenbesluit centraal staat. 5.4 De beroepsgrond slaagt niet. De concurrentieanalyse van de retailmarkten 6.1 Youca voert ten tweede aan dat het marktanalysebesluit berust op een gebrekkige en onvolled Het is onbegrijpelijk dat de ACM al bezorgd is over een overname van een partij met ongeveer 2 à 3 procent marktaandeel terwijl deze marktanalyse geen aanleiding is om te reguleren. 6.3 Ook andere factoren laten volgens Youca zien dat de analyse van de marktsituatie gebrekkig is. De ACM verwacht dat VodafoneZiggo de controle verliest in markt IV doordat het netwerk zal worden gedupliceerd door glasvezelaanbieders. De termen ‘duplicatie’ en ‘replicatie’ zijn misleidend, want zij suggereren dat elke gemiddelde toetreder het netwerk kan dupliceren. Het netwerk van VodafoneZiggo is echter niet zomaar te repliceren voor een economisch efficiënte toetreder. Niet de toetreders, maar alleen KPN en Glaspoort zijn in staat om het netwerk aan te leggen en zij zullen dit naar verwachting ook doen. Door het ontbreken van schaalvoordelen hebben kleinere alternatieve glasvezelaanbieders geen kans. Van dergelijke aanbieders gaat dus maar een beperkte concurrentiedruk uit. De gedachte dat VodafoneZiggo geen voordelen meer zal behalen uit de controle over een niet gemakkelijk te dupliceren netwerk is dus niet juist. In markt IV wordt op zijn best een monopolie ingeruild voor een duopolie, maar niet voor effectieve concurrentie. Het verdere onderzoek van de ACM naar het prijsbeleid van VodafoneZiggo maakt deze conclusie niet anders. VodafoneZiggo hanteert een landelijk prijsbeleid en houdt vast aan jaarlijkse prijsverhogingen. In haar prijsbeleid wordt VodafoneZiggo niet gedisciplineerd door KPN en Glaspoort. Ook uit dit verdere onderzoek blijkt dat er sprake is van een gebrekkige concurrentiedruk. In het Toezeggingenbesluit concludeert de ACM verder dat er geen kopersmacht is en dat er geen druk uitgaat van potentiële concurrentie. Het nalaten van regulering is dus niet in het belang van de consument. De markt is niet effectief concurrerend en het is onvoldoende aannemelijk dat die dat zal worden binnen de reguleringsperiode. Het Toezeggingenbesluit is volgens Youca ontoereikend gebleken om deze zorgen op de retailmarkt te ondervangen. 6.4 Youca betoogt tot slot dat de consumentenwinst en de reikwijdte van het Toezeggingenbesluit beperkt zijn. De meeste toegangsvragers maken gebruik van lokale toegang terwijl het Toezeggingenbesluit ziet op dure lokale toegangsproducten. Daarnaast zijn die toezeggingen primair gericht op marktpartijen met een aandeel groter dan 5%. Alleen Odido heeft een groot genoeg marktaandeel om van deze toezeggingen gebruik te maken. De overige toegangsvragers worden door de ACM dus losgelaten, terwijl juist van deze partijen de concurrentiedruk zou moeten komen. Door vrijwel de gehele sector is het standpunt ingenomen dat het Toezeggingenbesluit ontoereikend is. Daarnaast is inmiddels gebleken dat de door de ACM voorspelde prijsverlagingen er niet zijn gekomen. KPN wordt met haar wholesaleaanbod op geen enkele manier gedisciplineerd, waardoor de retailconcurrentie verslechtert. De beslissing van de ACM om af te zien van regulering en verder onderzoek kan door verwijzing naar het Toezeggingenbesluit niet worden gedragen. 6.5 De ACM vindt dat Youca uitgaat van een onjuist beoordelingskader. De ACM moet onderzoeken of sprake is van een risico op aanmerkelijke marktmacht. De vraag is dus niet of een bepaalde markt door regulering sterker concurrerend zou kunnen zijn en/of er een hogere consumentenwelvaart zou kunnen worden behaald. De analyse is verder prospectief en heeft een tijdshorizon gelijk aan de duur van de reguleringsperiode. Inherent hieraan is dat sprake is van een bepaalde onzekerheidsmarge. Het onderzoek start op de retailmarkt en pas als daar een risico op AMM wordt vastgesteld, is de ACM bevoegd om de bovenliggende wholesalemarkt te onderzoeken. De ACM betoogt verder dat zij om drie redenen terecht niet de analyse in het Toezeggingenbesluit als uitgangspunt heeft genomen. Ten eerste kent het Toezeggingenbesluit een andere marktafbakening. Ten tweede betrof het een initieel onderzoek naar marktrisico’s. Van een Het College licht het oordeel hierna toe. Voor de overzichtelijkheid heeft het College dat als volgt geordend: uitgangspunten voor de marktanalyse (7.2 en 7.3), de recente marktontwikkelingen (7.4), markt I (7.5) en markt IV (7.6) 7.2 In het betoog van Youca ziet het College geen aanleiding voor het oordeel dat de ACM in de marktanalyse een onjuist vertrekpunt heeft gebruikt in de analyse van de retailmarkt. Youca betoogt dat de marktsituatie zoals omschreven in het Toezeggingenbesluit juist is en het vertrekpunt voor de marktanalyse had moeten zijn. Zoals de ACM terecht heeft aangevoerd, gaat het Toezeggingenbesluit uit van een andere, voorlopige, marktafbakening dan de marktanalyse. In het Toezeggingenbesluit is de ACM uitgegaan van één (nationale) retailmarkt voor vaste internettoegang, in de marktanalyse heeft de ACM vijf retailmarkten afgebakend. Die markten vergen ieder een eigen analyse. Daarnaast is in het Toezeggingenbesluit slechts een initieel onderzoek naar de marktrisico’s uitgevoerd. Van een volledige en afgeronde marktanalyse was nog geen sprake. In dat onderzoek is bovendien een analyse gedaan van marktrisico’s in afwezigheid van de gedane toezeggingen. Daarom heeft de ACM de marktsituatie van het Toezeggingenbesluit terecht niet gebruikt als vertrekpunt voor de marktanalyse die namelijk prospectief van aard is. De ACM heeft verder, zoals het College in 5.2 heeft overwogen, terecht het Toezeggingenbesluit als feitelijk gegeven daarin meegenomen. De in het Toezeggingenbesluit vastgestelde feiten en verrichte onderzoekshandelingen waren ten tijde van de marktanalyse ook nog steeds actueel en relevant. De ACM heeft dus terecht de informatie die zij op grond van het Toezeggingenbesluit had vergaard betrokken bij de nieuwe marktanalyse naar de retailmarkt. Het College ziet in de beroepsgronden van Youca geen aanleiding voor het oordeel dat dit een onjuist vertrekpunt voor de marktanalyse is. 7.3 Het College is verder van oordeel dat het betoog van Youca onvoldoende aanleiding geeft om te concluderen dat de ACM de parameters aan de hand waarvan zij de marktanalyse heeft uitgevoerd, onjuist heeft gekozen en beoordeeld. De ACM heeft een selectie van de door de Europese Commissie in de AMM-richtsnoeren genoemde criteria gemaakt. Volgens de ACM geven die geselecteerde criteria een voldoende getrouw beeld van de concurrentiesituatie. Youca heeft betoogd dat de ACM ook het percentage overstappers en de mate van productdifferentiatie had moeten onderzoeken, omdat deze twee parameters in het Toezeggingenbesluit een rol speelden. Het College is van oordeel dat dit betoog van Youca niet slaagt. Hoewel de mate van productdifferentiatie in het marktanalysebesluit niet wordt genoemd als afzonderlijke parameter, blijkt uit dat bestreden besluit dat de ACM daar wel degelijk rekening mee heeft gehouden. Onder andere in 262 en 263 van het besluit beschrijft de ACM voor deelmarkt IV de mate waarin VodafoneZiggo voordelen geniet vanuit productdiversificatie. Youca heeft deze analyse niet betwist. Verder heeft de ACM toegelicht dat zij de overstapdrempels indirect heeft onderzocht door een analyse te maken van de verwachte ontwikkeling van de marktaandelen op retailniveau. Het onderzoek naar de overstapdrempels had verder kunnen gaan dan dat wat de ACM nu heeft gedaan, maar dat maakt niet dat de huidige selectie van parameters geen getrouw beeld geeft van de actuele concurrentiesituatie. Het College ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de concurrentieanalyse op dit punt onjuist is. 7.4 Het College ziet in het betoog van Youca over de ontwikkeling van de markt geen aanleiding voor het oordeel dat de verwachtingen van de ACM ten tijde van de marktanalyse over de concurrentiesituatie onjuist zijn. Het College merkt in algemene zin op dat de prospectieve aard van de analyse (2024-2028), die is uitgevoerd op basis van de marktsituatie ten tijde van het Toezeggingenbesluit en in aanloop naar het marktanalysebesluit, maakt dat er Ontwikkelingen die nadien invloed hebben gehad op de tariefvorming (de ACM verwijst naar een toename door inflatie) tasten de juistheid van de marktanalyse niet aan. Voor de beschreven mogelijke daling van de WBT-tarieven door de toezeggingen over VULA geldt dat dat naar voren is gebracht als positief bijeffect en niet als voorwaarde voor het voorkomen van risico’s op AMM op retailniveau. Ook hier geldt wat in 7.4 is overwogen. 7.6 Over markt IV betoogt Youca dat de ACM de actuele positie van VodafoneZiggo onderschat, dat glasvezeluitrol niet kwalificeert als duplicatie van de kabel van VodafoneZiggo en dat niet duidelijk is op welke termijn het marktaandeel van VodafoneZiggo zal dalen als gevolg van die uitrol. Volgens Youca is de te verwachten concurrentiesituatie een bestendig duopolie van KPN en VodafoneZiggo dat onvoldoende wordt geremedieerd door het Toezeggingenbesluit. De ACM verwacht dat de geconstateerde problemen op markt IV zullen afnemen door de grootschalige uitrol van glasvezel in de reguleringsperiode zodat de concurrentiesituatie zal tenderen naar de situatie op markten I en II. Het aantal glasvezelabonnementen zal toenemen en koper- en kabelabonnementen zullen afnemen, waardoor de positie van VodafoneZiggo onder druk komt te staan. Het College ziet in de stellingen van Youca geen aanknopingspunt voor de conclusie dat de verwachtingen van de ACM voor de ontwikkeling van markt IV onjuist zouden zijn. Anders dan Youca betoogt, is het College van oordeel dat de ACM de actuele situatie van VodafoneZiggo niet onderschat. De ACM stelt juist vast dat er een risico op AMM is. Van belang is dat de verwachting is dat die positie door de uitrol van glasvezel nog binnen de reguleringsperiode zal veranderen. Het College oordeelt verder dat de uitrol van glasvezel wel kan worden gezien als duplicatie van het netwerk van VodafoneZiggo. Vanuit het perspectief van de consument is glasvezel gelijk te stellen aan de kabel. Daarnaast heeft de ACM terecht benadrukt dat het in het kader van de concurrentieanalyse niet gaat om de vraag wie glasvezel uitrolt, maar of het aannemelijk is dat een andere partij overgaat tot aanleg van de infrastructuur. De recente uitrolgegevens komen overeen met de door de ACM gemaakte inschattingen daarvan. De beperking van het concurrerend aanbod (tot KPN/Glaspoort) waar Youca vanuit gaat, is niet in lijn met die uitrolgegevens. Verder stelt Youca dat uit het Glaspoort/Delta besluit blijkt dat de markt zich anders ontwikkelt dan dat de ACM op het moment van de marktanalyse had verwacht. Nog daargelaten wat is opgemerkt in 7.4, kan deze conclusie op grond van het Glaspoort/Delta besluit niet worden getrokken. De ACM legt in het Glaspoort/Delta besluit de nadruk op de marktsituatie die zich mogelijk voordoet als de concentratie doorgaat. Daarnaast beschrijft de ACM in het Glaspoort/Delta besluit vooral de situatie op de wholesalemarkt. Die zegt niets over de condities op de retailmarkt die de ACM in het marktanalysebesluit heeft onderzocht. Tot slot is het Glaspoort/Delta besluit slechts een eerste onderzoek. Op grond daarvan concludeert de ACM dat verder onderzoek nodig is naar de gevolgen van de voorgenomen overname. Van een afgerond onderzoek naar de markt voor lokale toegang is dus geen sprake. Het Glaspoort/Delta besluit geeft daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de verwachtingen van de ACM in het marktanalysebesluit over de ontwikkeling van de markt onjuist zijn. Dit geldt ook voor de verwijzing van Youca naar het Youfone besluit. 7.7 Gelet op wat hiervoor is overwogen, komt het College tot de conclusie dat het marktanalysebesluit niet berust op een gebrekkige of onvolledige analyse van de retailmarkt. Voor zover Youca verder heeft betoogd dat het geschetste uitgangspunt van de wholesalemarkt niet juist is, is het College van oordeel dat Youca met dit betoog de systematiek van de marktanalyse miskent. Alleen als de ACM constateert dat sprake is van een risico op AMM op de retailmarkten, bes Wanneer een nationale regelgevende instantie de krachtens lid 1 vereiste analyse uitvoert, beoordeelt zij ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien op die relevante markt geen regelgeving op basis van dit artikel is opgelegd, rekening houdend met elk van de volgende elementen: a) marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt; b) elke vorm van concurrentiedruk, op wholesale- en op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronischecommunicatienetwerken, elektronischecommunicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt; c) andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel verwante retailmarkt of -markten gedurende de desbetreffende periode wordt of worden beïnvloed, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, overeenkomstig de artikelen 44, 60 en 61 opgelegde verplichtingen; d) regelgeving die op andere relevante markten krachtens dit artikel is opgelegd. Telecommunicatiewet Artikel 6a.1 1. De Autoriteit Consument en Markt bepaalt in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht de relevante markten in de elektronische communicatiesector waarvan de product- of dienstenmarkt overeenkomt met een in een aanbeveling als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 vermelde product- of dienstenmarkt. De Autoriteit Consument en Markt bepaalt in elk geval zo spoedig mogelijk nadat een aanbeveling als bedoeld in de eerste volzin in werking is getreden, de in die volzin bedoelde relevante markten. 2. De Autoriteit Consument en Markt bepaalt in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht andere dan de in het eerste lid bedoelde relevante markten in de elektronische communicatiesector indien hier naar haar oordeel aanleiding toe is, of indien dit voortvloeit uit artikel 6a.4. 3. De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt de overeenkomstig het eerste en tweede lid, bepaalde relevante markten zo spoedig mogelijk, doch voor markten waarvoor nog niet eerder een kennisgeving bij de Europese Commissie is gedaan uiterlijk binnen drie jaar nadat een aanbeveling als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 in werking is getreden. De termijn van drie jaar kan door de Autoriteit Consument en Markt worden verlengd met zes maanden indien de Autoriteit Consument en Markt met bijstand van BEREC de relevante markten onderzoekt. 4. De Autoriteit Consument en Markt onderzoekt een transnationale markt zo spoedig mogelijk nadat het besluit van de Europese Commissie dat hieraan ten grondslag ligt in werking is getreden en vervolgens op gezette tijden. 5. Het in het derde en vierde lid bedoelde onderzoek is er in ieder geval op gericht om vast te stellen: a. of, getoetst overeenkomstig artikel 67, eerste en tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, in de desbetreffende markt: 1°. hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen aanwezig zijn; 2°. vanwege de marktstructuur daadwerkelijke mededinging niet binnen de relevante periode te verwachten is; en 3°. het mededingingsrecht alleen niet voldoende is om vastgesteld marktfalen aan te pakken; of op de markt, bedoeld in onderdeel a, ondernemingen actief zijn die openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten of openbare elektronische communicatiediensten aanbieden en die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht; en welke verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10 en 6a.12 tot en met 6a.15 passend zijn voor de ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, bedoeld in onderdeel b. 6. De vaststelling, bedoeld in de aanhef van het vijfde lid, is niet van toepassing op onderdeel a van dat lid indien sprake is van een overeenkomstig h