Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2026-03-18
ECLI:NL:CBB:2026:126
Bestuursrecht
Geheimhoudingsbeslissing
2,009 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CBB:2026:126 text/xml public 2026-03-24T10:05:36 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-03-18 23/1841 en 24/58 Uitspraak Geheimhoudingsbeslissing NL Den Haag Bestuursrecht Wet dieren Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:126 text/html public 2026-03-24T10:05:05 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CBB:2026:126 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 18-03-2026 / 23/1841 en 24/58 Geheimhoudingsbeslissing. beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1841 en 24/58 beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen [naam] , te [vestigingsplaats] ( [naam] ) (gemachtigde: mr. C.A. van Kooten-de Jong) en minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. P.M.M. van Bennekom) Procesverloop [naam] heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van de minister van 8 november 2023 (24/58) en 29 augustus 2023 (23/1841). De minister heeft bij verzoek van 13 maart 2026 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Dat verzoek ziet op de volgende stukken: Bezoekrapporten dierenarts opslaghouder, productie 2 bij het verweerschrift (23/1841) Bezoekrapporten dierenarts opslaghouder, productie 4 bij het verweerschrift (24/58) De minister heeft bij verzoek van 16 maart 2026 de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Dat verzoek ziet op tabellen van de intake bij de opvanglocatie (intakeverslagen), voorzien van een verklaring van de dierenarts met paraaf en een stempel van de dierenartsenpraktijk van 13 maart 2026, ingediend op 16 maart 2026 (gedingstuk 31/Bijlage 4 - ondertekend intakeverslag in 23/1841 en gedingstuk 25/ Bijlage 6 - ondertekend intakeverslag in 24/58). [naam] heeft gereageerd op de verzoeken van de minister en stemt niet in met de beperkte kennisname van de intakeverslagen. Overwegingen 1. Het bedrijf houdt zich onder meer bezig met het houden van en handelen in schapen. Het geschil in de bodemzaken gaat over het handhavend optreden van de minister tegen [naam] . In deze zaken heeft de minister aan [naam] spoedbestuursdwang opgelegd om te voorkomen dat de gezondheid en het welzijn van de dieren van [naam] worden benadeeld. Vervolgens zijn de dieren in bewaring genomen en heeft de minister de kosten hiervan verhaald op [naam] . 2 De minister heeft verzocht dat alleen het College van de niet bewerkte versies van bovengenoemde stukken kennis zal nemen. 3 Volgens de minister staan in de bezoekrapporten (persoons)gegevens van derden, waaronder de naam van de dierenartspraktijk en de opslaghouder, de namen van dierenartsen en in de intakeverslagen de naam van de dierenartsenpraktijk en de (persoons)gegevens van de dierenarts. De opslaghouder heeft via een aanbestedingstraject een contract met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) afgesloten. Onderdeel van de overeenkomst tussen RVO en de opslaghouder is dat de gegevens van de opslaghouder geheim blijven. Dierenartsen van de opslaghouder hebben geen contractuele banden met de minister, maar werken in dienst van of voor de opslaghouder. Als de (persoons)gegevens van dierenartsen en opvanglocaties bekend worden, dan zal het wellicht in de toekomst moeilijker worden om contracten met bereidwillige opslaghouders af te sluiten en voor opslaghouders om dierenartsen zo ver te krijgen om meegevoerde dieren te beoordelen. In het verleden hebben zich bovendien ook nare incidenten voorgedaan met bedreigingen van de dierenarts van een opslaghouder. De minister doet ten aanzien van deze gegevens daarom een beroep op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze derden. 4 [naam] vindt beperkte kennisname niet gerechtvaardigd voor zover het de intakeverslagen betreft. Uit niets blijkt dat opslaghouders of dierenartsen niet ingeschakeld zouden willen worden als zij niet anoniem zouden kunnen blijven en/of dat dit is bedongen met opslaghouders. Opslaghouders zijn ook niet anoniem, omdat in de sector bekend is welke partijen opslaghouder zijn. Daarbij komt dat de NVWA zelf ook dierenartsen in dienst heeft die meegevoerde dieren kunnen beoordelen, als een tekort aan externe dierenartsen zou ontstaan. Het anoniem houden van dierenartsen is in strijd met het beginsel van equality of arms, omdat dan niet controleerbaar is of een persoon in kwestie daadwerkelijk deskundig is en kennis en kunde in huis heeft voor de controle van specifiek schapen. De enkele stelling dat een dierenarts geregistreerd is in het diergeneeskundige register is onvoldoende om dat te controleren. Beoordeling 5.1 Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen. 5.2 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de minister er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn/haar taken nodig heeft. Beperkte kennisneming bezoekrapporten 6.1 Het verzoek ziet op de bedrijfsnaam, contactgegevens en klantcodes van de opslaghouder en namen van dierenartsen die verder niet bij deze procedure betrokken zijn. De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de weggelakte delen van de bezoekrapporten bij de opslaghouder gerechtvaardigd is. In het geval van beroepshalve functioneren, kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer moet per geval worden afgewogen in het licht van de onder 5.3 genoemde belangen. De rechter-commissaris stelt vast dat de weggelakte gegevens steeds een klein deel betreffen van de stukken in hun geheel en geen afbreuk doen aan de begrijpelijkheid van de documenten. Bovendien heeft [naam] in de bodemzaak 23/1841 de rechtmatigheid van het kostenbesluit niet bestreden. Voor zover hij het kostenbesluit in 24/58 bestrijdt, is ook met de weggelakte informatie controleerbaar of een dier behandeld is waardoor de redelijkheid van de dierenartskosten controleerbaar is. De rechter-commissaris ziet daarom geen aanknopingspunten om te oordelen dat [naam] wordt benadeeld in zijn verdediging als hij niet op de hoogte is van deze gegevens. De rechter-commissaris ziet aanleiding om meer gewicht toe te kennen aan het belang van de minister om de persoonlijke levenssfeer van derden die niet bij deze procedure betrokken zijn te eerbiedigen. Gelet op het voorgaande acht het College het verzoek tot beperkte kennisneming van de onder het procesverloop vermelde stukken gerechtvaardigd. 6.2 De conclusie is dat hetgeen de minister ter motivering van haar verzoek om beperking van de kennisneming heeft aangevoerd naar het oordeel van de rechter-commissaris voldoende is om de gevraagde beperking van de kennisneming van de gegevens onder 6.1 gerechtvaardigd te achten. Het College kan alleen met toestemming van [naam] op de grondslag van deze stukken uitspraak doen. [naam] dient uiterlijk op de zitting kenbaar te maken of hij deze toestemming geeft.