Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-10-14
ECLI:NL:CBB:2025:565
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,043 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/802 (ordemaatregel)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 oktober 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. E.H.M. Teeuw)
en
de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
Met het besluit van 6 september 2024 (het intrekkingsbesluit) heeft NIWO de aan [naam 1] verleende communautaire vergunning voor beroepsgoederenvervoer over de weg ingetrokken.
Met het besluit van 19 september 2025 (bestreden besluit) heeft NIWO het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2 De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
3 In het bestreden besluit heeft de NIWO verzoekster verzocht om binnen één week na dagtekening van het besluit de communautaire vergunning en de bijbehorende vier vergunningbewijzen te retourneren. Daarnaast heeft de NIWO aangegeven dat zij, indien de vervoersdocumenten niet binnen één week zijn geretourneerd, ingevolge artikel 5.2, derde lid, van de Wet wegvervoer goederen een last onder dwangsom kan opleggen.
4 Verzoekster heeft op 8 oktober 2025 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Verzoekster heeft toegelicht dat het inleveren van de vervoersdocumenten betekent dat zij al haar bedrijfsactiviteiten moet staken en dat dit tot onomkeerbare gevolgen leidt. Een faillissement van de onderneming is op korte termijn mogelijk onafwendbaar. De ontvangst van het verzoek is op 8 oktober 2025 door de griffie bevestigd en vervolgens is op diezelfde datum de NIWO verzocht om uiterlijk binnen één week een schriftelijke reactie te geven op het verzoek en alle op het verzoek betrekking hebbende stukken over te leggen. Ook is de NIWO gevraagd of zij bereid is de werking van het besluit te schorsen totdat de voorzieningenrechter uitspraak zal hebben gedaan.
5 De NIWO heeft op 13 oktober 2025 verzocht om uitstel voor het indienen van een schriftelijke reactie en de op het verzoek betrekking hebbende stukken. Daarnaast heeft zij te kennen gegeven niet uit eigen beweging bereid te zijn de werking van het besluit te schorsen. Omdat de NIWO niet op korte termijn in staat is een schriftelijke reactie en de op het verzoek betrekking hebbende stukken in te dienen, is de voorzieningenrechter niet in de gelegenheid op korte termijn een zitting voor te bereiden en te plannen. Onder die omstandigheden en om onevenredig nadeel voor verzoekster te voorkomen is daarom schorsing van het bestreden besluit bij wijze van ordemaatregel aangewezen. Daarnaast verleent de voorzieningenrechter de NIWO uitstel voor het indienen van de schriftelijke reactie en de stukken tot en met vrijdag 17 oktober 2025.
6 Voor de behandeling van het verzoek zal een zitting worden gepland waarvoor partijen zullen worden uitgenodigd. Na die zitting zal in een uitspraak de getroffen voorlopige voorziening worden opgeheven of worden gewijzigd.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit.
Deze beslissing is genomen door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. L. van Loon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.
w.g. T. Pavićević w.g. L. van Loon