Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-03-11
ECLI:NL:CBB:2025:459
Bestuursrecht
Beschikking
901 tokens
Dictum
[naam] B.V., te [woonplaats] (onderneming)
(gemachtigde: prof. dr. mr. T. Blokland)
en
de minister van Economische Zaken, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Piron)
Procesverloop
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 31 maart 2023.
De minister heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
De gedingstukken zijn de subsidieaanvragen van twee andere ondernemingen voor het eerste kwartaal van 2021 en de uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van deze onderneming.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College een rechter-commissaris opgedragen deze beslissing te nemen.
2. Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een of meer andere partijen onevenredig schaden, terwijl de minister er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder persoonlijke informatie en concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
Beoordeling
3. De rechter-commissaris oordeelt dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Het College stelt vast dat de betreffende stukken van andere contactpersonen en rechtspersonen zijn die niet bij deze procedure betrokken zijn. Deze gegevens moeten vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. Kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt is ook niet noodzakelijk om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten. De rechter-commissaris heeft verder het belang van de minister meegewogen om ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
Toestemming partijen
4. Het College kan alleen met toestemming van de onderneming mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. De onderneming wordt verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken, voor zover zij deze stukken niet kent, uitspraak doet op het beroep.
Dictum
De rechter-commissaris:
- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is;
- verzoekt de onderneming om binnen twee weken na heden schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken uitspraak doet op het beroep, voor zover zij deze stukken niet kent.
Aldus genomen door mr. B. Bastein, in tegenwoordigheid van mr. M. Ettema als griffier, op 5 maart 2025.
w.g. B. Bastein w.g. M. Ettema