Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-03-17
ECLI:NL:CBB:2025:228
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
689 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/716
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam]
, te [woonplaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is haar gemachtigde mr. J. Berns
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen
en
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)
Dictum
Het College:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 23 februari 2022;
draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar;
draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden;
veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 2.267,50;
veroordeelt de Staat tot betaling aan de onderneming van een vergoeding voor immateriële schade van € 1.500,-.
Overwegingen
De minister heeft medegedeeld dat hij het bestreden besluit gaat herzien en dat besluit dus niet langer handhaaft. Het College verklaart het beroep daarom gegrond en draagt de minister op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Het College stelt vast dat op het moment van deze uitspraak de redelijke termijn met een jaar en vier maanden is overschreden. Dat betekent dat de onderneming recht heeft op € 1.500,- schadevergoeding. Deze overschrijding is volledig toe te rekenen aan de beroepsfase. Het College zal daarom op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht de Staat veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de onderneming.
Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het door de onderneming betaalde griffierecht aan haar vergoeden. Ook veroordeelt het College de minister in de door de onderneming gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.267,50 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met wegingsfactor 1; 1 punt voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding met wegingsfactor 0,5; waarde per punt € 907,-).
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk