Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-03-04
ECLI:NL:CBB:2025:119
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,488 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/609
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 maart 2025 in de zaak tussen
Coöperatieve vereniging Zonvarken U.A., te Toldijk (Zonvarken)
(gemachtigden: [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] )
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigden: drs. E. Slot en J. Schellekens)
Procesverloop
Met het besluit van 13 juli 2021 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van Zonvarken voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor brongerichte verduurzaming van stallen en managementmaatregelen afgewezen.
Met het besluit van 8 november 2021 (beslissing op bezwaar I) heeft de minister het bezwaar van Zonvarken ongegrond verklaard.
Zonvarken heeft tegen de beslissing op bezwaar I beroep ingesteld. Het College heeft met de uitspraak van 26 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:213) de minister opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Met het besluit van 28 juni 2024 (beslissing op bezwaar II) heeft de minister opnieuw op de bezwaren beslist en de bezwaren ongegrond verklaard.
Met het besluit van 8 juli 2024 (bestreden besluit) heeft de minister nogmaals op de bezwaren beslist en het bezwaar ongegrond verklaard.
Zonvarken heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Met het besluit van 30 december 2024 (herzieningsbesluit) heeft de minister nogmaals op de bezwaren beslist en het bezwaar ongegrond verklaard.
Zonvarken heeft een reactie op het herzieningsbesluit ingediend.
De zitting was op 16 januari 2025. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen.
Overwegingen
1.1
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
1.2
Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het bestreden besluit van rechtswege mede betrekking op het herzieningsbesluit. Het is niet gebleken dat Zonvarken nog belang heeft bij een beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit. Dat beroep is dan ook niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Met betrekking tot het beroep tegen het herzieningsbesluit overweegt het College als volgt.
Inleiding
2.1
Zonvarken is een coöperatie met daarin vier varkenshouderijen en een onderzoeksorganisatie. Namens de deelnemers in het samenwerkingsverband heeft Zonvarken een aanvraag voor subsidie ingediend van in totaal € 3.310.888,-. De minister heeft de subsidieaanvraag voor dit project afgewezen. Voor de achtergrond van dit geschil en voor meer informatie over het project verwijst het College naar zijn eerdere uitspraak van 26 maart 2024.
2.2
In zijn uitspraak van 26 maart 2024 heeft het College de beslissing op bezwaar I vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb. De beslissing op bezwaar I is niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand gekomen en niet deugdelijk gemotiveerd. Naar aanleiding van de uitspraak heeft de minister met het bestreden besluit opnieuw op de bezwaren beslist. Daarbij concludeert de minister nogmaals dat Zonvarken met het project minder ammoniakemissie reduceert dan op grond van de Regeling is vereist, zodat de afwijzing van de aanvraag wordt gehandhaafd. Zonvarken is het niet eens met deze beslissing en heeft beroep ingesteld. In haar beroepschrift heeft Zonvarken te kennen gegeven dat het project, zoals voorgesteld in de aanvraag, inmiddels niet meer geheel kan worden uitgevoerd omdat twee van de vier varkenshouderijen die deel uitmaken van de coöperatie zijn afgehaakt. Zij hebben andere keuzes gemaakt en andere investeringen gedaan.
2.3
Met het herzieningsbesluit wijzigt de minister de motivering, maar handhaaft hij zijn standpunt dat met het project minder ammoniakemissie wordt gereduceerd dan is vereist. De afwijzingsgrond blijft dan ook artikel 2.2.6, onderdeel a, onder 2, van de Regeling.
Beoordeling
3.1
Het College beoordeelt eerst ambtshalve of Zonvarken belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, aangezien het project, zoals omschreven in het projectplan en waarvoor subsidie is aangevraagd, niet meer in het geheel kan worden uitgevoerd. Ter zitting is door Zonvarken toegelicht dat op ten minste één locatie vanuit een andere vennootschap een stal is gebouwd die afwijkt van het stalontwerp uit het projectplan, en die is betaald uit eigen middelen. Verder heeft Zonvarken opgemerkt dat het project nog wel kan worden uitgevoerd, maar dan met vervangende bedrijven en op andere locaties. Ter zitting heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag om die reden moet worden afgewezen.
3.2
Voor de beoordeling of er procesbelang bestaat is van belang welk resultaat Zonvarken met het beroep nastreeft. Wat Zonvarken met het beroep wil bereiken moet zij daarmee ook daadwerkelijk kunnen bereiken en dat resultaat moet voor haar feitelijke betekenis hebben en niet alleen een hypothetische. Een formeel of principieel belang alleen is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Zonvarken heeft ter zitting toegelicht dat zij wil dat het College beoordeelt of de SBV-pool die haar subsidieaanvraag heeft beoordeeld onafhankelijk en deskundig was en of de beoordeling van de met het project te realiseren reductie van ammoniakemissie juist is. Zonvarken wil dit oordeel van het College ontvangen zodat zij een schadevergoedingsverzoek kan indienen bij de civiele rechter. Het verzoek om schadevergoeding dat Zonvarken aanvankelijk heeft gedaan, heeft zij ingetrokken in haar reactie op het voorgenomen herzieningsbesluit. Gelet op het doel van Zonvarken met deze procedure, is het College van oordeel dat geen sprake is van een procesbelang. Het College legt zijn oordeel hieronder uit.
3.3
Het beroep kan niet meer leiden tot een subsidie voor het project, zoals omschreven in het projectplan. Dat project zal immers niet meer worden uitgevoerd. Het College kan in deze procedure ook geen oordeel geven over de onafhankelijkheid en deskundigheid van de SBV-pool of over de beoordeling van haar project door de SBV-pool. Dat komt omdat sprake is van een subsidie die wordt toegekend op basis van een tendersysteem. Zelfs als het College het standpunt van Zonvarken zou volgen ten aanzien van de onafhankelijkheid en deskundigheid van de SBV-pool of de beoordeling van haar project door de SBV-pool, dan nog zou daarmee niet vaststaan dat de aanvraag van Zonvarken ten onrechte is afgewezen. In dat geval zou slechts kunnen worden geconcludeerd dat de beoordeling van de reductie van ammoniakemissie onjuist is. Maar dan is het nog maar de vraag of Zonvarken voor wat betreft de emissies van methaan en fijnstof wél aan de minimale reductiepercentages zou hebben voldaan en zodoende zou zijn opgenomen in de rangschikking. Ook is vervolgens onzeker wáár Zonvarken in de rangschikking zou zijn opgenomen. Een oordeel van het College over de rechtmatigheid van het herzieningsbesluit zou dus slechts een hypothetisch karakter hebben. Het College zal het beroep van Zonvarken tegen het herzieningsbesluit dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Het College voegt hier aan toe dat Zonvarken geen oordeel van het College nodig heeft om bij de civiele rechter een vordering tot schadevergoeding in te dienen. De civiele rechter kan zelf beoordelen of Zonvarken aanspraak kan maken op schadevergoeding omdat zij als gevolg van een onjuiste beoordeling van haar aanvraag een kans op subsidie is misgelopen.
3.4
Omdat de minister een herzieningsbesluit heeft genomen, ziet het College aanleiding te bepalen dat de minister het door Zonvarken betaalde griffierecht aan haar vergoedt. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
Het College:
verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit en het herzieningsbesluit niet-ontvankelijk;
draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 371,- aan Zonvarken te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, mr. M.J. Jacobs en mr. P. Glazener, in aanwezigheid van mr. L. van Loon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2025.
w.g. T. Pavićević w.g. L. van Loon
Bijlage
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 6:19, eerste lid, luidt als volgt:
“Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.”
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies
Artikel 2.2.6. (afwijzingsgronden), onder a, onder 2, luidt als volgt:
“De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:
a. op basis van het projectplan, bedoeld in artikel 2.2.8, derde lid, aannemelijk is dat met de uitvoering van het innovatieproject:
2°. de reductie van broeikasgasemissies of stalemissies lager is dan de van toepassing zijnde minimale reductiepercentages van de emissiewaarde, bedoeld in bijlage 2.2.1 of geen reductiepercentage voor de betreffende emissie is vastgesteld in bijlage 2.2.1;”