Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-10-14
ECLI:NL:CBB:2024:900
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
668 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1238
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. M. Ettema
Partijen
[naam] , te [plaats] (onderneming)
en
de minister van Economische Zaken,
vertegenwoordigd door mr. W. Dam en mr. P. van Veen
Overwegingen
1. De minister heeft de subsidie voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vastgesteld op basis van de omzet die uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt. De onderneming vindt dat de minister de omzet uit de administratie van de onderneming moet gebruiken vanwege de factureringsmethode van de onderneming. Dat heeft de minister ook in de subsidieperioden Q1 en Q2 van 2021 gedaan.
2 Het College oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de gegevens van de Belastingdienst volgt. De onderneming betaalt over haar gehele omzet omzetbelasting. In dat geval moet de minister de gegevens van de Belastingdienst gebruiken voor het bepalen van de omzet en de berekening van het omzetverlies. De minister heeft de omzet die de onderneming in Q1 van 2022 heeft gefactureerd mogen toerekenen aan dat kwartaal, omdat de onderneming het factuurstelsel hanteert. De datum van de factuur bepaalt daarbij in welk tijdvak de onderneming de btw moet afdragen. De datum waarop een dienst wordt geleverd, is niet relevant. Dat is niet anders als de dienst vooruit is gefactureerd. De btw moet ook dan worden afgedragen in het tijdvak van de factuurdatum.
3 Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. De minister heeft de subsidies voor Q1 en Q2 van 2021 geautomatiseerd vastgesteld op basis van gegevens uit de administratie die de onderneming zonder overleg met de minister heeft ingevuld in de vaststellingsaanvraag. Vast staat dat de onderneming voorafgaand aan het invullen daarvan en in het aanvraagformulier door de minister is geïnformeerd dat de gegevens van de Belastingdienst leidend zijn. Aan de eerder genomen vaststellingsbesluiten kan de onderneming dan ook geen rechten ontlenen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. M. Ettema