Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-10-08
ECLI:NL:CBB:2024:769
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
1,452 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1137
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] .
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten
Overwegingen
1. De minister heeft de subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vastgesteld op een lager bedrag dan was verleend. De minister heeft het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend.
2 De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in de Algemene wet bestuursrecht geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
3 Dat de onderneming het vaststellingsbesluit ingewikkeld vond en dat zij pas tijdens een hoorzitting in een andere procedure begreep dat de minister een verkeerde berekening had gemaakt, zijn geen omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
4 Dit betekent dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1137
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] .
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten
Overwegingen
1. De minister heeft de subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vastgesteld op een lager bedrag dan was verleend. De minister heeft het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend.
2 De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in de Algemene wet bestuursrecht geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
3 Dat de onderneming het vaststellingsbesluit ingewikkeld vond en dat zij pas tijdens een hoorzitting in een andere procedure begreep dat de minister een verkeerde berekening had gemaakt, zijn geen omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
4 Dit betekent dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1137
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] .
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten
Overwegingen
1. De minister heeft de subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vastgesteld op een lager bedrag dan was verleend. De minister heeft het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend.
2 De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in de Algemene wet bestuursrecht geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
3 Dat de onderneming het vaststellingsbesluit ingewikkeld vond en dat zij pas tijdens een hoorzitting in een andere procedure begreep dat de minister een verkeerde berekening had gemaakt, zijn geen omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
4 Dit betekent dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades