Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-10-08
ECLI:NL:CBB:2024:765
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
2,560 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/786
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag van de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2 In gevallen zoals hier aan de orde, waarin een aanvraag te laat is ingediend, beoordeelt de minister of de door de ondernemer aangevoerde omstandigheden aanleiding geven om de ondernemer op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog de mogelijkheid te bieden een aanvraag in te dienen. Het uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer, tenzij het tegenwerpen daarvan niet evenredig is. Dan gaat het om ‘ernstige persoonlijke omstandigheden’ of ‘overige omstandigheden’.
3 Het afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. De door de ondernemer aangevoerde omstandigheid dat hij in de laatste dagen van de aanvraagperiode niet kon werken, en dus de aanvraag niet tijdig kon doen, omdat hij op bed lag met zware hoofdpijn en duizeligheid, veroorzaakt door medicijnen die hij slikt, is niet zodanig bijzonder dat deze kan worden gekwalificeerd als een ernstige persoonlijke omstandigheid. De ondernemer slikt deze medicijnen al 18 jaar en heeft eerder last gehad van dezelfde klachten. Het ligt dan op de weg van de ondernemer om voor adequate vervanging te zorgen of andere maatregelen te treffen voor het geval de klachten zich voordoen. Ook van andere omstandigheden die ertoe leiden dat de aanvraag in behandeling moet worden genomen, is niet gebleken. De minister heeft de aanvraag dus terecht afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/786
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag van de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2 In gevallen zoals hier aan de orde, waarin een aanvraag te laat is ingediend, beoordeelt de minister of de door de ondernemer aangevoerde omstandigheden aanleiding geven om de ondernemer op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog de mogelijkheid te bieden een aanvraag in te dienen. Het uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer, tenzij het tegenwerpen daarvan niet evenredig is. Dan gaat het om ‘ernstige persoonlijke omstandigheden’ of ‘overige omstandigheden’.
3 Het afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. De door de ondernemer aangevoerde omstandigheid dat hij in de laatste dagen van de aanvraagperiode niet kon werken, en dus de aanvraag niet tijdig kon doen, omdat hij op bed lag met zware hoofdpijn en duizeligheid, veroorzaakt door medicijnen die hij slikt, is niet zodanig bijzonder dat deze kan worden gekwalificeerd als een ernstige persoonlijke omstandigheid. De ondernemer slikt deze medicijnen al 18 jaar en heeft eerder last gehad van dezelfde klachten. Het ligt dan op de weg van de ondernemer om voor adequate vervanging te zorgen of andere maatregelen te treffen voor het geval de klachten zich voordoen. Ook van andere omstandigheden die ertoe leiden dat de aanvraag in behandeling moet worden genomen, is niet gebleken. De minister heeft de aanvraag dus terecht afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/786
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag van de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2 In gevallen zoals hier aan de orde, waarin een aanvraag te laat is ingediend, beoordeelt de minister of de door de ondernemer aangevoerde omstandigheden aanleiding geven om de ondernemer op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog de mogelijkheid te bieden een aanvraag in te dienen. Het uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer, tenzij het tegenwerpen daarvan niet evenredig is. Dan gaat het om ‘ernstige persoonlijke omstandigheden’ of ‘overige omstandigheden’.
3 Het afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. De door de ondernemer aangevoerde omstandigheid dat hij in de laatste dagen van de aanvraagperiode niet kon werken, en dus de aanvraag niet tijdig kon doen, omdat hij op bed lag met zware hoofdpijn en duizeligheid, veroorzaakt door medicijnen die hij slikt, is niet zodanig bijzonder dat deze kan worden gekwalificeerd als een ernstige persoonlijke omstandigheid. De ondernemer slikt deze medicijnen al 18 jaar en heeft eerder last gehad van dezelfde klachten. Het ligt dan op de weg van de ondernemer om voor adequate vervanging te zorgen of andere maatregelen te treffen voor het geval de klachten zich voordoen. Ook van andere omstandigheden die ertoe leiden dat de aanvraag in behandeling moet worden genomen, is niet gebleken. De minister heeft de aanvraag dus terecht afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/786
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en
mr. J.W.P. van Oosten.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag van de onderneming op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2 In gevallen zoals hier aan de orde, waarin een aanvraag te laat is ingediend, beoordeelt de minister of de door de ondernemer aangevoerde omstandigheden aanleiding geven om de ondernemer op grond van het evenredigheidsbeginsel alsnog de mogelijkheid te bieden een aanvraag in te dienen. Het uitgangspunt is de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer, tenzij het tegenwerpen daarvan niet evenredig is. Dan gaat het om ‘ernstige persoonlijke omstandigheden’ of ‘overige omstandigheden’.
3 Het afwijzen van de aanvraag is niet onevenredig. De door de ondernemer aangevoerde omstandigheid dat hij in de laatste dagen van de aanvraagperiode niet kon werken, en dus de aanvraag niet tijdig kon doen, omdat hij op bed lag met zware hoofdpijn en duizeligheid, veroorzaakt door medicijnen die hij slikt, is niet zodanig bijzonder dat deze kan worden gekwalificeerd als een ernstige persoonlijke omstandigheid. De ondernemer slikt deze medicijnen al 18 jaar en heeft eerder last gehad van dezelfde klachten. Het ligt dan op de weg van de ondernemer om voor adequate vervanging te zorgen of andere maatregelen te treffen voor het geval de klachten zich voordoen. Ook van andere omstandigheden die ertoe leiden dat de aanvraag in behandeling moet worden genomen, is niet gebleken. De minister heeft de aanvraag dus terecht afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades